Uitbreiding invorderingsmaatregelen Belastingdienst in de strijd tegen belastingontduiking

De staatssecretaris van Financiën heeft op 20 juli 2017 het wetsvoorstel Wet aanpak belastingontduiking ter consultatie gepubliceerd. In de conceptwettekst zijn vier invorderingsmaatregelen uitgewerkt waarmee de Belastingdienst verhaalsconstructies kan bestrijden die worden gebruikt om de invordering van belastingschulden te ontlopen. Twee maatregelen verruimen de mogelijkheid om derden aansprakelijk te stellen voor belastingschulden van anderen. De andere twee maatregelen beogen enkele formele drempels voor aansprakelijkstelling weg te nemen.

 

Aanleiding

In de toelichting op de conceptwettekst merkt de staatssecretaris van Financiën op dat de Belastingdienst in de praktijk ertegen aanloopt dat constructies worden gebruikt om de invordering van belastingschulden te ontlopen. Als voorbeeld omschrijft de staatssecretaris een complexe, internationale ‘kerstboomstructuur’ waarbij vermogende particulieren via buitenlandse lichamen schenkingen doen aan in Nederland wonende familieleden met het oogmerk om de Belastingdienst te benadelen. Hij constateert dat dergelijke constructies niet illegaal zijn, maar maatschappelijk ongewenst omdat de belastingschuldige het betalen van belasting ontloopt.

Uitbreiding invorderingsmaatregelen

Aansprakelijkheid van derden

De eerste twee maatregelen verruimen de mogelijkheid om derden aansprakelijk te stellen.

  1.      In de voorgestelde maatregel wordt een aansprakelijkheid van begunstigden voorgesteld die aansluit bij de zogenaamde actio pauliana in het burgerlijk recht. Wel kent de voorgestelde maatregel zijn eigen fiscale vormgeving. De bestrijding richt zich op belastingschuldigen die hun vermogen bijvoorbeeld aan familieleden schenken (vlak) voordat de Belastingdienst zijn verhaalsmogelijkheden voor de inning van de belastingschuld veilig heeft kunnen stellen. Voorgesteld wordt om de begunstigden van een onverplichte rechtshandeling, waardoor de belastingdienst is benadeeld, aansprakelijk te stellen. Aansprakelijkheid is in beginsel aan de orde indien (i) de handeling onverplicht is verricht, (ii) de Belastingdienst door die handeling is benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden en (iii) belastingschuldige en begunstigde wetenschap hadden van de benadeling van de Belastingdienst. In de regeling zijn enkele wettelijke vermoedens van wetenschap opgenomen, waarbij wel tegenbewijs mogelijk is.

 

  1.      Op dit moment geldt al dat erfgenamen met betrekking tot belasting- of aansprakelijkheidsschulden van de erflater aansprakelijk zijn. De omvang van de aansprakelijkheid is beperkt tot de omvang van zijn of haar erfdeel vermeerderd met eventuele legaten. Voorgesteld wordt om dit maximumbedrag  te verhogen met het bedrag dat de erfgenaam kort voor het overlijden van de erflater via een schenking heeft gekregen. Hiermee kan de constructie worden bestreden, waarbij belastingschuldigen kort voor hun overlijden schenken aan hun erfgenamen waardoor de erfenis in veel gevallen nihil is. Het aansprakelijk stellen van de erfgenamen biedt in de huidige situatie geen soelaas, omdat de schenkingen nu niet meetellen bij de bepaling van het maximumbedrag waarvoor erfgenamen aansprakelijk zijn.

 

Formele drempels voor aansprakelijkheid

De andere maatregelen beogen enkele formele drempels voor aansprakelijkstelling weg te nemen.

  1.      Onder de huidige regeling kunnen derden pas aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van een belastingschuld op het moment dat de belastingschuldige in gebreke is. Als de belastingaanslag niet rechtsgeldig bekend is gemaakt, gaat de betalingstermijn niet lopen en kan de belastingschuldige niet in gebreke worden gesteld. Bekendmaking van een belastingaanslag is niet mogelijk aan een rechtspersoon die is opgehouden te bestaan. Hiervoor zal de Belastingdienst eerst bij de rechtbank moeten verzoeken tot heropening van de vereffening. Bij naar buitenlands recht opgerichte rechtspersonen is een heropening van de vereffening zelfs niet altijd mogelijk. In het wetsvoorstel wordt daarom een alternatieve wijze van bekendmaking van belastingaanslagen geïntroduceerd voor belastingaanslagen die zijn opgelegd aan rechtspersonen die (vermoedelijk) zijn opgehouden te bestaan. De ontvanger kan het aanslagbiljet uitreiken aan het parket van een ambtenaar van het Openbaar Ministerie binnen het rechtsgebied waarvan de laatst bekende vestigingsplaats van de rechtspersoon is gelegen of bij de rechtbank Den Haag. Tevens heeft de ontvanger de mogelijkheid om de aanslag te publiceren in de Staatscourant of te verzenden aan de laatst bekende bestuurder, aandeelhouder en vereffenaar van de rechtspersoon.

 

  1.      De Belastingdienst moet een aansprakelijkstelling onderbouwen. Hiervoor is hij afhankelijk van de informatie die door de belastingschuldige, de (vermoedelijke) aansprakelijke of een andere derde is verstrekt. De huidige informatieverplichtingen kunnen ontoereikend zijn in de situatie dat de belastingschuldige in het buitenland woont en/of weigert de gevraagde informatie te verstrekken. Daarom wordt voorgesteld om de informatieplicht uit te breiden naar vermoedelijk aansprakelijke personen, die nog niet formeel aansprakelijk zijn gesteld door de Belastingdienst. Op deze manier kan voldoende informatie worden verzameld om de aansprakelijkstelling te onderbouwen.

 

Terugwerkende kracht

De maatregelen zijn nu ter consultatie aangeboden. Voorgesteld wordt om het wetsvoorstel voor een deel terug te laten werken tot en met 20 juli 2017; het moment van publicatie van het consultatiedocument. Hiermee wordt beoogd anticipatiegedrag te voorkomen.