2017: lage-inkomensvoordeel

Werkgevers komen in 2017 in aanmerking voor het lage-inkomensvoordeel van maximaal € 2.000 per werknemer als zij een werknemer in dienst hebben met een gemiddeld uurloon dat correspondeert met 100% tot 120% van het wettelijk minimumloon. Deze maatregel uit de Wet tegemoetkomingen loondomein treedt volgend jaar in werking.

Het lage-inkomensvoordeel is een van de maatregelen uit de Wet tegemoetkomingen loondomein die in 2015 met het Belastingplan 2016 was ingediend en aangenomen. De andere maatregel uit die wet - het loonkostenvoordeel dat de bestaande premiekortingen vervangt - treedt in 2018 pas in werking.

Wel is ten aanzien van het lage-inkomensvoordeel in het onlangs ingediend wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2017 nog een wijziging opgenomen. Of een werkgever in aanmerking komt voor het lage-inkomensvoordeel is namelijk afhankelijk van het uurloon van de werknemer (art. 3.1 Wtl). Bij de uurloongrenzen (100-120% wettelijk minimumloon) en de bedragen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) was destijds uitgegaan van een 38-urige werkweek, anticiperend op een herziening van de Wet op het minimumloon en de introductie van een minimumuurloon. Daar van de introductie van een minimumuurloon voorlopig is afgezien, zou bij werknemers met een minimumloon en een werkweek van meer dan 38 uur het lage-inkomensvoordeel niet kunnen worden toegepast, omdat het daarmee overeenkomende uurloon in dat geval onder de in de wet opgenomen ondergrens komt. Volgens de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Verzamelwet SZW 2017 zou dit circa 30.000 werknemers betreffen. Om dit te voorkomen zal voor de berekening van de minimum uurloongrens uitgegaan worden van een 40-urige werkweek. Omdat hierdoor ook aan de bovenkant een deel van de werknemers buiten het bereik zou kunnen vallen wordt de bovengrens opgetrokken naar 125%.

 

Bron: Stb 2016, 307; TK 2015-2016, 34528, nr. 2 en 3