AG: ANPR-gegevens niet te gebruiken

In tegenstelling tot Hof Den Haag is advocaat-generaal Niessen van mening dat de Belastingdienst geen gebruik mag maken van met behulp van ANPR-camera’s verkregen gegevens bij de controle op het privégebruik van een ter beschikking gestelde auto. Een systematische wijze van gegevensverwerking maakt namelijk inbreuk op de privacy. 

Het ging in deze zaak om een werknemer die vanaf 1 januari 2009 over een Verklaring geen privégebruik auto beschikt. De inspecteur meent dat de overgelegde rittenregistratie niet voldoet aan de wettelijke eisen omdat de auto is gesignaleerd op locaties die niet overeenkomen met de gegevens in de rittenregistratie. Dit laatste leidt hij onder andere af uit foto’s die zijn gemaakt met ANPR-camera’s door de Belastingdienst.

Hof Den Haag oordeelde dat het verzamelen en gebruiken van de gegevens binnen de (algemene) wettelijke taak past die de Belastingdienst heeft om een juiste belastingheffing te waarborgen. De ruime controlebevoegdheid die de Belastingdienst in dit concrete geval heeft, wordt niet beperkt door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Aan het eind van het proces zijn louter specifiek voor fiscale controledoeleinden bestemde gegevens, alleen kentekens van motorrijtuigen, voorhanden. Als dat al inbreuk maakt op de privacy, dan kwalificeert het hof die inbreuk als uiterst gering en gezien het belang van een adequate belastingheffing ook gerechtvaardigd.

Volgens de AG leidt het via een monitor waarnemen van gedragingen in de openbare ruimte niet tot een inbreuk op de privacy, als de waarnemingen gelijk zijn aan de waarnemingen die door een waarnemer zouden zijn gedaan op dezelfde plek. Volgens de AG is er echter wel sprake van een inbreuk als de waarnemingen systematisch en permanent worden vastgelegd. De manier waarop de Belastingdienst de gegevens verzamelt – door passagegegevens van alle weggebruikers die de op de openbare weg geplaatste camera’s passeren vast te leggen – is een systematische wijze van gegevensverwerking die wel inbreuk maakt op de privacy. Een dergelijke inbreuk is alleen mogelijk als dit wettelijk is vastgelegd. Hierover oordeelt de AG dat dit niet, dan wel zeer onhelder is vastgelegd. De vraag is of de Hoge Raad dit oordeel van de AG zal overnemen.

 

Bron: Conclusie AG 16-08-2016 , nr. 15/05826; Hof Den Haag 13-11-2015, nr. BK-14_00360 t/m BK-14_0362 (ECLI:NL:GHDHA:2015:3207)