Amateurs zijn ook artiesten

De artiestenregeling in de loonbelasting maakt geen onderscheid tussen beroepsmatig optredende artiesten en amateurs. De aard en het karakter van de prestatie zijn bepalend voor de kwalificatie van het optreden als artiest. 

Een stichting organiseert evenementen op het gebied van muziek, dans en kleinkunst, waaronder jaarlijks in december het Nederlands kampioenschap Turks volksdansen. Tijdens dat evenement wordt het optreden van deelnemende dansgroepen afgewisseld met andere losse optredens. De stichting heeft betalingen verricht aan diverse personen die hun medewerking hebben verleend. In 2008 tot en met 2011 ging het om bedragen voor een cabaretvoorstelling. De inspecteur heeft over de betalingen loonheffingen nageheven naar het zogenoemde anoniementarief en daarbij een vergrijpboete opgelegd van 25%. De stichting is van mening dat de uitvoerend cabaretier geen artiest is in de zin van de artiestenregeling, maar slechts een vrijwilliger die op verzoek van de organisatie bereid was een uitvoering te verzorgen. De rechtbank wijst er op dat de zogenoemde artiestenregeling geen onderscheid maakt tussen beroepsmatig optredende artiesten en amateurs. De aard en het karakter van de prestatie zijn bepalend voor de kwalificatie van het optreden als artiest. De omstandigheid dat de vergoeding is uitbetaald aan een amateur artiest, zoals de stichting stelt, leidt er daarom niet toe dat de artiestenregeling niet dient te worden toegepast. De inspecteur is bij het opleggen van de naheffingsaanslagen uitgegaan van de bedragen die in de administratie van de stichting zijn vermeld onder ‘Cabaret’. De rechtbank is van oordeel dat deze bedragen gage vormen. De stichting heeft niet aannemelijk gemaakt dat de betalingen aan de cabaretiers uitsluitend onkostenvergoedingen betreffen die op grond van de artiestenregeling niet tot de gage van de cabaretier behoren. De omvang van de vergoedingen wijst eerder op het tegendeel. De stichting beschikt ook niet over primaire bescheiden, zoals bonnen en facturen, waarmee zij aannemelijk kan maken dat zij slechts bedragen binnen de kaders van de vrijwilligersregeling aan de cabaretiers heeft betaald.

Gelet op het voorgaande heeft de inspecteur terecht de verschuldigde belasting over de gage van de cabaretiers nageheven. Aangezien de stichting niet aan de identificatieverplichtingen heeft voldaan, heeft de inspecteur terecht het anoniementarief toegepast.

De rechtbank vernietigt de vergrijpboete. De onderbouwing van de inspecteur beperkte zich tot opmerkingen over de afwachtende houding van de stichting en haar bestuursleden ten aanzien van de fiscaliteit en de niet al te coöperatieve houding tijdens de controle. Dat is onvoldoende om te bewijzen dat sprake was van grove schuld.

Bron: Rb. Gelderland 05-07-2016, nr. AWB – 15-3280 (ECLI:NL:RBGEL:2016:3588); Rb. Gelderland 4-11-2014 (ECLI:NL:RBGEL:2014:6879)