ANPR-gegevens politie mag Belastingdienst wel gebruiken

Onlangs werd bekend dat de advocaat-generaal bij de Hoge Raad had geconcludeerd dat de Belastingdienst geen gebruik mag maken van ANPR-gegevens die zij heeft verzameld. In een andere zaak blijkt de advocaat-generaal echter te hebben geconcludeerd dat dit geen probleem is als de gegevens door de politie zijn verzameld. Beide conclusies van advocaat-generaal Niessen zijn overigens nog niet gepubliceerd.

Ook in deze zaak ging het om een werknemer aan wie een auto ter beschikking was gesteld waarvoor hij over een Verklaring geenprivé-gebruik beschikte. Na het overleggen van een rittenadministratie van de werknemer heeft de inspecteur deze administratie vergeleken met (foto)camerabeelden van de KLPD. Op basis daarvan werd geconstateerd dat de auto 13 maal is gesignaleerd op plekken die niet overeenkwamen met de rittenadministratie. Daarop heeft de inspecteur naheffingsaanslagen LH opgelegd aan de werkgever van de werknemer. Rechtbank Zeeland-West Brabant en Hof Den Bosch hebben de naheffingsaanslagen LH plus boete in stand gelaten omdat niet het vereiste bewijs is geleverd dat minder dan 500 km op jaarbasis is gereden. Hoewel de rechters van Hof Den Bosch vinden dat het uitoefenen van controle door middel van de foto’s een inmenging van het openbaar gezag in het privéleven van de werknemer is, geven zij aan dat de inspecteur voldoende wettelijke grondslag heeft om de ANPR-gegevens te gebruiken voor controle van het privégebruik.

Hoewel de staatssecretaris en de inspecteur aangegeven dat de gegevens door de Belastingdienst zelfstandig worden verzameld op grond van art. 11 AWR, is de AG, net als Hof Den Bosch, van mening dat de inspecteur de gegevens heeft verkregen op basis van art. 55 AWR. Het zijn immers bestaande gegevens die door de politie aan de inspecteur ter beschikking zijn gesteld.

De klacht van de werknemer dat het gebruik van de ANPR-gegevens buiten proportie is gaat van tafel. Volgens het hof ligt het voor de hand om, gelet op het grootschalige karakter van het verlenen van verklaringen geen privégebruik, gezien de beperkte mogelijkheden tot controle hiervan en het grote budgettaire belang dat hiermee voor de Staat is gemoeid deze controle zo efficiënt mogelijk in te richten. De informatievergaring op basis van de ANPR-technologie is daarmee proportioneel gezien het doel, namelijk het controleren van rittenadministraties. Het toepassen van andere controletechnieken en inzet van menskracht zouden evenzovele inbreuken op de privacy van de werknemer vormen en evenzeer belastend zijn voor de burger.

 

Bron: Conclusie AG Niessen, 16-08-2016