Cassatie proefprocedures btw-correctie privégebruik auto deels gegrond

De Hoge Raad heeft in een viertal proefprocedures geoordeeld over elementen van de btw-correctie van het privégebruik van de auto in het jaar 2011. In deze proefprocedures zijn veel cassatiemiddelen aangevoerd en deze zijn grotendeels door de Hoge Raad afgewezen. Slechts twee van de vier proefprocedures zijn deels gegrond verklaard. Hieronder volgt eerst een opsomming van de visie van de Hoge Raad met betrekking tot de afgewezen cassatiemiddelen. 

  • Ondanks de intrekking van een buitenwettelijke regeling (zoals Besluit 2009 en art. 15 Uitv.Besch.), is de voldoening van btw op basis van deze buitenwettelijke regeling onlosmakelijk en onherroepelijk verbonden aan de eerdere btw-aftrek die (onterecht) is genoten. Dit betekent dat er een wettelijke grondslag aanwezig is in 2011 voor voldoening van de btw ten aanzien van privégebruik van een bedrijfsauto. 
  • Het hanteren van de normale waarde als vergoeding voor het privégebruik in gelieerde verhoudingen is gerechtvaardigd als hiermee wordt beoogd te bewerkstelligen dat er niet minder btw wordt voldaan dan de btw die moet worden betaald aan een zelfstandige (niet-verbonden) ondernemer. De belanghebbende mocht daarom niet alleen maar btw afdragen uit de door de werknemers betaalde bijdragen.
  • Art. 8 lid 4 Wet OB (normale waarde-bepaling) heeft terugwerkende kracht tot 1 juli 2011, omdat in het persbericht van de Staatssecretaris van 17 juni 2011 voldoende duidelijk wordt
    omschreven dat de btw-heffing ter zake van het privégebruik van de auto per 1 juli 2011 zal wijzigen en dat een normale waarde-bepaling zal worden ingevoerd. 
  • De voldoening van btw volgens de forfaitaire regeling is niet in strijd met de btw-richtlijn voor zover het bedrag niet hoger is dan het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de wettelijke
    bepaling van art. 8 lid 7 Wet OB en niet meer btw wordt geheven dan de uitgaven die zijn gedaan over het privégebruik van de auto. 
  • Dat er bpm in de forfaitaire regeling is inbegrepen, kan de inspecteur niet worden tegengeworpen. De ondernemer die van mening is dat het forfait te hoog is, kan een lager bedrag aan verschuldigde btw aannemelijk maken door zich te beroepen op het bedrag dat op grond van de Wet en de richtlijn ten hoogste mag worden geheven. 
  • Op basis van het unierechtelijke neutraliteitsbeginsel is het gerechtvaardigd dat de berekening over privégebruik verschilt naar gelang de ter beschikking gestelde auto is aangeschaft of geleaset. 
  • De belanghebbende is degene die gegevens moet aanleveren bij het vaststellen van het werkelijk privégebruik. Daarbij lijkt het enkel aanleveren van statistische gegevens onvoldoende. 

Het punt waarin de Hoge Raad tegemoet komt aan de cassatiemiddelen gaat over het aanleveren van bewijs met betrekking tot het werkelijk privégebruik. Het aanleveren van bewijs kan aan de hand van een kilometeradministratie, maar het hoeft niet de enige vorm van bewijs te zijn. Wanneer de administratie van een ondernemer geen gegevens bevat waaruit is af te leiden in hoeverre een goed voor privédoeleinden is gebruikt, moet de omvang van het privégebruik in redelijkheid worden bepaald met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Hierbij kan gedacht worden aan de aard van de onderneming, de zakelijke doeleinden waarvoor het aangeschafte goed binnen die onderneming bruikbaar is, alsmede de positie en de werkzaamheden binnen de onderneming van degene die het goed gebruikt en de wijze waarop het goed voor privédoeleinden mag worden gebruikt of is gebruikt zoals bijvoorbeeld voor woonwerkverkeer. Wanneer een beroep wordt gedaan op statistische gegevens, dan moet de ondernemer met bovenstaande omstandigheden aannemelijk maken dat deze gegevens in het desbetreffende geval bruikbaar zijn. Het Hof had moeten motiveren waarom het niet voldoende zou zijn wat belanghebbende heeft aangeleverd. In dit kader worden twee zaken doorverwezen naar het Hof Den Bosch die zich moet uitlaten over de omvang van het privégebruik van de auto. 

Visie van PKF Wallast 

Veel ondernemers hebben te maken met de jaarlijkse btw-correctie wegens privé gebruik van de aan
werknemers ter beschikking gestelde auto's. De correctie is in beginsel 2,7% van de catalogusprijs van de betreffende auto's. Zo'n correctie blijft achterwege indien uit een sluitende kilometeradministratie blijkt dat er geen c.q. beperkt sprake is van privé gebruik. Aan de Hoge Raad is voorgelegd de vraag of de correctie ook (gedeeltelijk) achterwege kan blijven indien de btw wegens het privégebruik lager is dan 2,7% van de catalogusprijs maar er geen sluitende kilometeradministratie aanwezig is. De Hoge Raad heeft de zaken doorverwezen naar Hof Den Bosch waardoor nog niet duidelijk is welke gegevens aangeleverd moeten worden om een lagere correctie te mogen toepassen. In afwachting van de uitspraak van Hof Den Bosch adviseren wij om bij afwezigheid van een sluitende kilometeradministratie altijd de correctie van 2,7% van de catalogusprijs aan te geven, en om bezwaar aan te tekenen tegen de eigen aangifte indien wellicht aangetoond kan worden dat deze correctie te hoog is.