Compromis voor bijtelling privégebruik zieke dga

De Hoge Raad oordeelde vorig jaar dat de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak toch moest worden toegepast in de zaak van een dga die onder meer te ziek was om te rijden. De zaak werd verwezen naar Hof Amsterdam. Tijdens de zitting voor dat hof hebben partijen een compromis bereikt.

Hof Den Haag had eerder in deze zaak geoordeeld dat de auto weliswaar aan de dga ter beschikking was gesteld, maar dat voor een bijtelling privégebruik geen grond was omdat de auto vanwege de inrichting (het betrof een loodgietersbedrijf) eigenlijk niet voor privédoeleinden was te gebruiken en omdat de sleutels na sluitingstijd in de sleutelkast van het bedrijf werden opgeborgen en de auto ‘s avonds voor het bedrijf stond geparkeerd. Verder had het hof ook acht geslagen op de verklaring dat een ernstige ziekte het de dga vrijwel onmogelijk maakte auto te rijden en op de omstandigheid dat de dga privé over een andere auto beschikte.

Volgens de Hoge Raad had Hof Den Haag met deze argumenten niet tot het oordeel mogen komen dat de bijtelling achterwege mocht blijven. De bijtelling privégebruik moet worden toegepast indien een auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Een auto wordt geacht voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, tenzij blijkt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt.

Door Hof Amsterdam moest worden onderzocht of de dga overtuigend heeft aangetoond dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden werd gebruikt. Op de zitting hebben de partijen ten aanzien van deze vraag een compromis bereikt waardoor de naheffingsaanslagen LB 2008 en LB 2009 worden vernietigd, de naheffingsaanslag LB 2010 wordt verminderd en de naheffingsaanslag LB 2011 in stand blijft. Ook de boetebeschikkingen worden vernietigd. De heffings- en invorderingsrente en de proceskostenvergoeding worden overeenkomstig de wet- en regelgeving vastgesteld.

 

Bron: Hof Amsterdam 9-02-2017, nr. 16/00237 t/m 16/00240 (gepubl. 20-02-2017)