Crisisheffing ook over doorbetaald loon

Rechtbank Noord-Holland is van oordeel dat de crisisheffing ook van toepassing was op het fictief loon dat een dga op grond van de doorbetaald loonregeling kreeg uitbetaald.

 

Een financiële holding gaat in bezwaar tegen de crisisheffing die aan de holding was opgelegd over het loon dat aan de dga in 2013 was betaald. In dat jaar was een bedrag van € 283.632 aan de dga betaald, waarin inbegrepen de doorbetaling van een vergoeding van € 96.424 voor de werkzaamheden die de dga voor één van vennootschap had verricht waarin de holding een belang had van 17%. Naast de bezwaren tegen de crisisheffing dat deze in strijd is met doel en strekking van de Wet op de loonbelasting, artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het gelijkheidsbeginsel als bedoeld in artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en artikel 14 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, betwistte de holding ook dat de crisisheffing kon worden toegepast over loon dat op grond van de doorbetaald loonregeling aan de dga was betaald.

 

Onder verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad wees de rechtbank de bezwaren vanwege strijdigheid met de Wet op de loonbelasting en de verschillende internationale verdragen af. Ten aanzien van het argument van de holding dat het doorbetaalde loon niet onder de heffing viel, oordeelde de rechtbank dat het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking mede het fictief loon omvat evenals het loon dat op grond van de doorbetaald loonregeling aan de dga wordt uitbetaald. Nu de crisisheffing werd geheven over het totaal in 2013 door de hoofdwerkgever uitbetaalde loon, diende ook het doorbetaalde loon in de grondslag te worden opgenomen.
 
Bron: Rb. Noord-Holland 3-11-2017 (publ. 8-01-2018), AWB - 15 _ 270 (ECLI:NL:RBNHO:2017:9104)