Deskundige franchisenemer/bedrijfsadviseur niet in dienstbetrekking

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden werkte een franchisenemer die voor de franchiseorganisatie ook actief was als bedrijfsadviseur voor collega-franchisenemers niet in dienstbetrekking. De specifieke deskundigheid van de adviseur/franchisenemer leidt volgens het hof tot de conclusie dat er geen sprake is van een gezagsverhouding.

 

Bij een franchiseorganisatie in het slagersbedrijf zijn ongeveer 20 franchisenemers aangesloten. Eén van deze franchisenemers exploiteert samen met zijn vrouw in de vorm van een VOF drie slagerijen. Daarnaast verricht hij werkzaamheden als bedrijfsadviseur voor de franchiseorganisatie. Hij onderhoudt contacten met franchisenemers, leidt deze op en adviseert de franchisenemers, met name betreffende de presentatie van de toonbank en vaktechnische vaardigheden. Hij maakt daarbij gebruik van zijn eigen gereedschap en zijn eigen auto.

 

De inspecteur meent dat de werkzaamheden als bedrijfsadviseur in dienstbetrekking worden verricht en dat de franchisenemer verzekerd is voor de werknemersverzekeringswetten.

 

Het hof stelt bij de beoordeling van de arbeidsrelatie voorop dat bij de beantwoording van de vraag of voor de toepassing van de werknemersverzekeringswetten sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, maatgevend is of sprake is van een civiele arbeidsovereenkomst. Het hof acht aannemelijk dat de franchisenemer inhoudelijk geen aansturing behoeft, omdat hij zelf bij uitstek deskundig is, zodat uit dien hoofde geen gezagsrelatie aanwezig is. Dat de franchiseorganisatie op andere onderdelen gezag over de franchisenemer uitoefende, heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt. De franchisenemer had zich wel verbonden gedurende zekere tijd deze advieswerkzaamheden te verrichten, maar hij was – naar het hof aannemelijk acht – vrij om, in overleg met de franchisenemers, te bepalen wanneer en waarover hij hen adviseerde. Daaruit leidt het hof af dat geen sprake was van een gezagsrelatie. Deze omstandigheden in samenhang bezien brengen het hof tot het oordeel dat de werkzaamheden niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking worden uitgeoefend. Van een fictieve dienstbetrekking op grond van de gelijkgesteldenregeling is volgens het hof ook geen sprake. Het hof plaatst de werkzaamheden als bedrijfsadviseur binnen de ondernemingsactiviteiten van de VOF waarin de slagerij wordt geëxploiteerd.
 
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 20-03-2018, 16/01514 (ECLI:NL:GHARL:2018:2532)