Eigen bijdrage geen negatief loon

De Hoge Raad bevestigt een oordeel van Hof Den Haag dat de eigen bijdrage van een werknemer voor de terbeschikkingstelling van een duurdere auto niet kan worden aangemerkt als negatief loon. De werknemer had niet aannemelijk gemaakt dat hij zich aan de terbeschikkingstelling van de duurdere auto niet kon onttrekken.

Een werknemer treedt in 2010 bij de werkgever in dienst als international salesmanager. De werkgever stelt hem een duurdere personenauto ter beschikking dan de leaseregeling van de werkgever in voorziet. Vanwege de aanschaf van die duurdere auto heeft de werknemer € 8.645,26 bijgedragen aan de aanschafkosten van de auto. Ter compensatie heeft de werkgever de bruto startbonus ‘sign on’ van € 30.000 verhoogd met € 5.000, tot € 35.000. De bijdrage van de werknemer in de auto is in 2010 op de netto-bonus in mindering gebracht. Voor de auto is door de inspecteur een ‘verklaring geen privégebruik’ afgegeven. Op grond daarvan is een bijtelling privégebruik auto achterwege gebleven. In zijn aangifte IB over 2010 neemt de salesmanager de bijdrage voor de auto als negatief loon in aanmerking. Volgens de man uitsluitend in het belang van zijn functie een auto ter beschikking gesteld heeft gekregen die duurder is dan de werkgever normaal op basis van het leaseplan ter beschikking kan stellen. Volgens de inspecteur kan echter geen sprake zijn van negatief loon. Als een werknemer een auto ter beschikking krijgt met een hogere leaseprijs dan die de werkgever voor zijn rekening wil nemen moet worden aangenomen dat de keuze van de werknemer niet zijn grond vindt in de dienstbetrekking maar in de subjectieve keuze van hem om een duurdere auto te rijden. De omstandigheid dat hij uitsluitend in de auto rijdt voor zijn werk en in vergelijkbare functies een dergelijke auto ter beschikking wordt gesteld maakt dat niet anders. Zowel de rechtbank als het hof stellen de man in het ongelijk. Onder verwijzing naar twee arresten van de Hoge Raad uit 1997 oordeelt het hof dat de bijdragen die een werknemer aan zijn werkgever betaalt als bijdrage in de kosten van een ter beschikking gestelde auto, behoudens bijzondere omstandigheden, niet hun grond vinden in de dienstbetrekking zodat geen sprake is van negatief loon. Dit is alleen anders wanneer de werknemer zich jegens de werkgever niet kon onttrekken aan het aanvaarden van de ter beschikking gestelde auto. Het was aan de werknemer om dit aannemelijk te maken. Daarin was de werknemer niet geslaagd. Hij gaf weliswaar aan dat de bonus verhoogd is in verband met de terbeschikkingstelling van een duurdere auto, maar niet is aangegeven of hij zich aan de terbeschikkingstelling van de duurdere auto en de bijbetaling had kunnen onttrekken. Het cassatieberoep is door de Hoge Raad zonder nadere motivering ongegrond verklaard (art. 81 Wet RO).

 

Jurisprudentie: HR 10-02-2017, 16/02575 (ECLI:NL:HR:2017:201); Hof Den Haag 6-04-2016, BK-15/00654 (ECLI:NL:GHDHA:2016:947); HR 26-03-1997, 31 548 (ECLI:NL:HR:1997:AA2132); HR 15-10-1997, (ECLI:NL:HR:1997:AA3298)