Geen aanpassing maximum pensioenopbouw voor deeltijders

In een brief aan de Eerste Kamer laat staatssecretaris Wiebes van Financiën weten dat hij geen wijziging wil aanbrengen in de pro rata aftopping van het pensioengevend loon van deeltijdwerkers. De Eerste Kamer had verzocht een alternatief te verkennen omdat dit in de praktijk toe kan leiden dat deeltijdwerkers te maken kunnen krijgen met een lagere aftoppingsgrens dan € 101.519 (bedrag 2016).

Bij deeltijders wordt het pensioengevend loon pro rata afgetopt indien het voltijdsloon boven de aftoppingsgrens uitkomt. Voor deeltijders die minder dan voltijd werken (bijvoorbeeld omdat ze werk combineren met zorgtaken) kan dat ertoe leiden dat ze minder pensioen opbouwen, dan voltijdwerkers met een zelfde jaarinkomen. Omgekeerd kunnen deeltijders die meerdere deeltijdbanen combineren en daarbij meer dan voltijd werken pensioen opbouwen over een hoger pensioengevend inkomen dan voltijders met een zelfde inkomen boven de aftoppingsgrens. De Eerste Kamer had aangedrongen op een alternatief, waarbij het mogelijk wordt in een volgend jaar, conform de werkwijze bij de inkomensafhankelijke zorgbijdrage, de fiscaal gefacilieerde pensioenopbouw te corrigeren.

De staatssecretaris geeft in zijn brief aan de huidige wijze van pro rata aftopping niet te willen wijzigen. Volgens de staatssecretaris zorgt dit voor te veel uitvoeringsproblemen bij onder meer de Belastingdienst en anders dan de inkomensafhankelijke zorgbijdrage betreffen pensioentoezeggingen een private aangelegenheid waarbij de afspraken tussen werkgever en werknemer een rol spelen. De fiscale wetgeving geeft enkel maximumgrenzen. Het voorstel zal naar verwachting ook voor de nodige complexiteit in de uitvoering van pensioenregelingen zorgen. De staatssecretaris ziet daarom geen andere mogelijkheid om te voorkomen dat iemand met een deeltijddienstbetrekking over meer dan het maximum pensioengevend loon pensioen opbouwt, dan door het hanteren van een deeltijdfactor.

 

Bron: EK 2016-2017, 33 610, O