Geen betalingsregeling maar schuldvernieuwing

Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant was er geen sprake van een betalingsregeling maar van schuldvernieuwing. Dit leidt ertoe dat de onbetaald gebleven huurtermijnen zijn ontvangen. Het verzoek van de verhuurder om btw-teruggaaf is dan ook terecht afgewezen. De vernietiging van de curator van de vaststellingsovereenkomst waarin de schuldvernieuwing werd geregeld, maakt dit niet anders.

Een bv huurde een kantoorpand van een andere bv. Er ontstonden vanaf het tweede kwartaal van 2010 achterstanden in de betaling van de huurtermijnen. De verhuurder sloot op 26 april 2012 met de huurder een vaststellingsovereenkomst, waarin de afwikkeling van de nog openstaande huurtermijnen werd vastgelegd. Geregeld werd dat de vordering zou worden voldaan door omzetting ervan in een rekening-courantschuld. De huurovereenkomst werd beëindigd per 1 september 2013. Kort daarna gingen beide bv’s failliet.

 

De curator van de bv’s deed een beroep op de vernietiging van de vaststellingsovereenkomst op grond van paulianeus handelen. De failliete verhuurder vroeg de inspecteur vervolgens om een btw-teruggaaf van € 202.959. De inspecteur wees dit teruggaaf verzoek af.

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant overweegt dat teruggaaf op grond van art. 29 Wet OB 1968 alleen aan de orde kan zijn voor zover de vergoeding niet is en niet zal worden ontvangen. De verhuurder stelt niets ontvangen te hebben en dat met de huurder enkel een betalingsregeling was overeengekomen. Aan de voorwaarden voor teruggaaf zou dus zijn voldaan. Volgens de rechtbank is echter geen betalingsregeling overeengekomen, maar een schuldvernieuwing. Door de gesloten vaststellingsovereenkomst heeft de verhuurder de vergoeding in de zin van art. 29 Wet OB 1968 in zoverre ontvangen. De verhuurder brengt hier nog tegen in dat rekening gehouden moet worden de vernietiging van de vaststellingsovereenkomst door de curator op grond van paulianeus handelen en dat zij dientengevolge alsnog recht heeft op de verzochte btw-teruggaaf. De inspecteur heeft daartegenover aangevoerd dat de vernietiging op grond van paulianeus handelen slechts relatief effect heeft en aldus geen werking heeft tegenover de inspecteur. De rechtbank gaat hierin mee. Volgens de rechtbank is de schuldvernieuwing in de verhouding tot de inspecteur gewoon in stand gebleven. De inspecteur heeft daarom volgens de rechtbank terecht het teruggaafverzoek afgewezen.
 
Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 6-10-2017, AWB - 16 _ 8440 (ECLI:NL:RBZWB:2017:6892)