Geen gezagsverhouding, dus geen dienstbetrekking

Volgens de rechtbank heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een gezagsverhouding en daarmee een privaatrechtelijke dienstbetrekking.

De Belastingdienst ontvangt signalen dat een man in de jaren 2010 tot en met 2012 een onderneming dreef zonder dat aangifte werd gedaan voor de winst, omzetbelastingen en loonheffingen. Naar aanleiding van deze signalen stelt de Belastingdienst in de eerste helft van 2013 een boekenonderzoek bij hem in. Uit het onderzoek blijkt dat de man in de periode 26 januari 2010 tot en met 25 mei 2010 in totaal € 2.500 aan een derde heeft overgemaakt. In de periode 30 juni 2010 tot en met 5 november 2012 maakt de man in totaal € 13.000 over aan deze persoon. Volgens de omschrijvingen hebben de betalingen betrekking op freelance werkzaamheden ten behoeve van de Limited van de ex-echtgenote van de man. De activiteiten van de Limited zouden echter in februari 2010 zijn gestaakt. Daarnaast heeft de man in de periode 23 maart 2011 tot en met 7 december 2012 per bank in totaal € 27.856 overgemaakt aan een andere derde. In de omschrijving bij de betalingen wordt het woord ‘Loon’ gebruikt. Naar aanleiding van deze resultaten neemt de inspecteur het standpunt in dat de man een eenmanszaak drijft en dat de betalingen loon zijn. Hij heft met toepassing van het anoniementarief € 74.209 na bij de eenmanszaak.

De rechtbank stelt voorop dat, alvorens aan de orde kan komen of de man al dan niet de vereiste aangifte loonheffingen heeft gedaan op de inspecteur de bewijslast rust aannemelijk te maken dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.

Tussen partijen is niet in geschil dat voor het bedrag van € 15.500 werkzaamheden zijn verricht. De inspecteur heeft echter geen feiten gesteld waaruit volgt dat sprake is van een gezagsverhouding tussen de man en de derden. Ook is niet komen vast te staan welke werkzaamheden de derden hebben verricht. Wel heeft de inspecteur ten aanzien van de persoon die zijn werkzaamheden in januari 2010 begon naar voren gebracht dat het bestaan van een VAR-winst uit onderneming of VAR-resultaat uit overige werkzaamheden niet is gesteld of gebleken en dat voor de werkzaamheden geen facturen zijn uitgeschreven. Daarmee heeft de inspecteur echter niet aannemelijk gemaakt dat ook sprake is van een gezagsverhouding en daarmee een dienstbetrekking. Ten aanzien van de persoon die in juni 2010 met zijn werkzaamheden is begonnen, heeft de inspecteur met alleen het woord ‘Loon’ op de overschrijvingsbewijzen ook niet aannemelijk gemaakt dat naast de betalingen tevens sprake is van een verplichting persoonlijk arbeid te verrichten en een gezagsverhouding.

Bron: Rb. Gelderland 6-12-2016, nr. AWB-14_4236 (ECLI:NL:RBGEL:2016:6510)