Gewekt vertrouwen door actieve handeling bestuursorgaan

Man ontvangt tweede uitspraak op bezwaar met vermelding van beroepstermijn die na wettelijke beroepstermijn gelegen is. Het hof oordeelt dat er sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding voor het na de wettelijke beroepstermijn ontvangen beroepschrift.

 

Een man heeft aangifte IB/PV 2014 gedaan en claimde daarbij aftrek levensonderhoud kinderen. Aanvankelijk ging de Belastingdienst niet akkoord met de aftrek van de onderhoudskosten. De man ging in bezwaar en ontving van de Belastingdienst op 8 maart 2016 de schriftelijke uitspraak op bezwaar waarbij hem alsnog de gevraagde aftrek levensonderhoud kinderen werd verleend. Op de uitspraak op bezwaar was vermeld dat het mogelijk was om tegen de uitspraak in beroep te gaan en dat het beroepschrift binnen zes weken na dagtekening van de uitspraak door de rechtbank moest zijn ontvangen. Met dagtekening 23 maart 2016 ontving de man een beschikking ‘Uitspraak op bezwaar 2014’. Op deze beschikking stond dat de man tegen de uitspraak in beroep kon gaan en het beroepschrift voor 4 mei 2016 bij de rechtbank moest zijn ingediend. Met dagtekening 27 april 2016 heeft de rechtbank het beroepschrift ontvangen. Volgens de rechtbank was het beroepschrift niet ontvankelijk omdat het was ingediend buiten de wettelijke termijn van zes weken. Iedere nadere beslissing die de inspecteur neemt met betrekking tot die belastingaanslag ná de uitspraak op bezwaar, is volgens de rechtbank niet aan te merken als een beslissing waartegen beroep kan worden ingesteld.
In geschil bij Hof Amsterdam was of de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Aangezien de beschikking van 23 maart 2016 ook een rechtsmiddelenverwijzing bevatte en expliciet vermeldde dat het beroepschrift vóór 4 mei 2016 moest zijn ingediend bij de rechtbank, oordeelt het hof dat de man aan de toegezonden beschikking het vertrouwen heeft mogen ontlenen dat hij zijn beroepschrift nog na afloop van de wettelijke beroepstermijn kon indienen. Er is dus sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het hof verwerpt het standpunt van de inspecteur dat de gemachtigde, als professionele rechtsbijstandverlener met ruime proceservaring, had moeten begrijpen dat uitsluitend de brief van 8 maart 2016 kan worden aangemerkt als de uitspraak op bezwaar. Het binnen de wettelijke beroepstermijn toezenden van een tweede geschrift met het opschrift ‘uitspraak op bezwaar’, onder vermelding van een nieuwe beroepstermijn vormt namelijk een actieve handeling van het bestuursorgaan. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor een verdere inhoudelijke behandeling.
 
Bron: Hof Amsterdam 23-11-2017, 17/00071 (ECLI:NL:GHAMS:2017:4821)