Informatiebeschikking terecht afgegeven

In tegenstelling tot eerder de rechtbank komt Hof Arnhem-Leeuwarden tot de conclusie dat de inspecteur terecht een informatiebeschikking had genomen. Volgens het hof waren de gebreken in de administratie dusdanig ernstig dat niet gezegd kon worden dat de ondernemer aan zijn administratieplicht had voldaan.

De exploitant van een pizzeria en steakhouse heeft in zijn afhaal- en bezorgrestaurant een kassa in gebruik met één kassarol. Bestellingen van klanten worden op briefjes opgenomen die niet worden bewaard. Bij bezorging wordt een briefje aan de bezorger meegegeven en de doorslag daarvan wordt bewaard. Na afloop van de dag rekent de ondernemer met de bezorger af op basis van de doorslagen. De bedragen slaat hij aan op de kassa en vervolgens gooit hij de doorslagen weg. Aan het eind van de dag telt de ondernemer zijn omzet en noteert deze in een schrift. Kasverschillen registreert hij niet. Ook zijn boekhouder controleert het kassaldo niet. Gewerkte uren van het personeel worden in 2008 en 2009 op een kalender genoteerd, maar die kalender wordt niet bewaard. De ondernemer houdt ook geen voorraadadministratie en eigen gebruik en derving bij.

Na een waarneming ter plaatse moet de ondernemer de gewerkte uren per dag/per persoon vastleggen in een werkrooster, de bezorgbonnen bewaren en elke dag een Z-afslag maken. In juni 2012 start de Belastingdienst een boekenonderzoek over 2008 tot en met 2010. Op 13 juli 2012 neemt de Belastingdienst een informatiebeschikking en geeft deze af. Het bezwaar tegen de informatiebeschikking wijst de Belastingdienst af, omdat de Z-afslagen niet overeenstemmen met het Grand-total. De verantwoorde omzet over 2009 en 2010 bedraagt € 196.995, terwijl het Grand-total een omzet vermeldt van € 367.874. Voor dit verschil van € 170.879 heeft de ondernemer geen verklaring.

In geschil voor Hof Arnhem-Leeuwarden is of de inspecteur terecht een informatiebeschikking heeft genomen met betrekking tot het jaar 2010. Het hof stelt vast dat met een werkwijze zonder een aansluiting met de in het kassasysteem van belanghebbende ingevoerde detailgegevens en zonder een aansluiting met de geadministreerde goederenstroom, geen afdoende controle binnen een redelijke termijn van de verantwoorde omzet in geld mogelijk is. Daarom moet de ondernemer de bestelbriefjes en de dagelijkse omzetten bewaren en zijn administratie zodanig inrichten dat de volledigheid en de totstandkoming van de aangegeven omzet te herleiden is. Ook in 2010 heeft hij de bestelbriefjes niet bewaard. De Z-afslagen die hij wel heeft bewaard zijn deels onleesbaar. Bovendien heeft hij geen inkoop- en voorraadadministratie bijgehouden, eigen gebruik en derving niet geregistreerd en geen werkroosters bewaard. Het hof oordeelt dat deze gebreken dermate ernstig zijn dat niet gezegd kan worden dat hij in 2010 zijn administratie overeenkomstig art. 52 AWR heeft gevoerd. De informatiebeschikking is terecht afgegeven. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.

 

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 6-09-2016, nr. 15/01048 (ECLI:NL:GHARL:2016:7126); Rb. Noord-Nederland 23-06-2015, nr. LEE 12-2994 (ECLI:NL:RBNNE:2015:2996)