Lager gebruikelijk loon voor dga innovatieve startup

Vanaf 2017 wil het kabinet een extra investering van € 50 miljoen doen in faciliteiten voor innovatieve start-ups. Een groot deel van dit bedrag gaat naar een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling.

In de begeleidende brief bij het Belastingplan 2016 was al aangekondigd dat het kabinet per 2017 structureel € 50 miljoen beschikbaar wil stellen voor fiscale maatregelen ter stimulering van startups/mkb. In een Kamerbrief van 24 mei 2016 geeft minister Kamp van Economische Zaken aan hoe het kabinet dit bedrag wil gaan invullen. Het grootste deel van dit bedrag – € 27 miljoen – gaat naar een versoepeling van de gebruikelijkloonregeling voor dga’s van innovatieve startups. Ondernemingen die binnen de WBSO als starter zijn aangemerkt kunnen het fiscaal belastbare loon van hun dga stellen op het minimumloon. Een bedrijf is starter voor de WBSO als het maximaal vier jaar inhoudingsplichtig is en maximaal in twee eerdere jaren S&O-verklaringen heeft ontvangen. Dga’s van innovatieve startups kunnen dus maximaal drie jaar gebruik maken van deze regeling. Voor de onderneming is het voordeel dat zo meer geld beschikbaar is om te kunnen groeien. Ook is overleg met de fiscus over een lager gebruikelijk loon van de dga niet nodig.

Deze maatregel wil het kabinet in 2017 in werking laten treden.
Het kabinet had nog andere fiscale maatregelen overwogen en onderzocht, waaronder een gedeeltelijke vrijstelling voor de loonheffing bij de uitoefening van werknemersopties en een fiscale faciliteit voor durfkapitaal. Maar beide voorstellen haalden het niet. Wel zal het restant van het budget van € 50 miljoen beschikbaar komen via een co-investeringsregeling voor durfkapitaal. In zo’n regeling investeert de overheid met een private investeerder mee. Een belangrijke eis hierbij is dat de maatregel complementair moet zijn aan bestaande instrumenten. Om dit met ingang van 2017 in werking te kunnen laten treden wordt dit deel van de middelen toegevoegd aan het Toekomstfonds. Dit is een fonds waarmee het kabinet investeert in onder meer hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten.

 

Bron: Min EZ 24-05-2016, nr. DGBI-O / 16073917