Let op met vrijwilligersvergoedingen

Een onlangs gepubliceerde uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant maakt duidelijk dat organisaties voor toepassing van de vrijwilligersregeling vergoedingen uit verschillende jaren en tijdvakken niet moeten samenvoegen.

Een gemeente heeft vrijwilligers ingeschakeld voor werkzaamheden in de WMO Advies Raad. Zij ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen en andere bijeenkomsten vacatiegeld. Eén van de vrijwilligers heeft in 2013 een bedrag ontvangen van € 1.534 (de vergoeding). Daarvan had een bedrag van € 1.298 betrekking op bijeenkomsten in 2013 en een bedrag van € 236 op bijeenkomsten in 2012.

Per jaar bleef de vergoeding weliswaar onder de grens van € 1.500 maar de betaling in één keer niet. Voor de IB werd het niet aangemerkt als een onbelaste vrijwilligersvergoeding. Het bedrag van € 1.298 voor 2013 werd aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. De vrijwilliger gaat in beroep, maar krijgt bij de rechter niet zijn gelijk: de rechtbank kijkt voor de beoordeling van de grenzen van de vrijwilligersregeling naar het in een jaar ontvangen bedrag. Dat de betaling betrekking heeft op meerdere jaren en voor de inkomstenbelasting als uitgangspunt ook aan de verschillende jaren wordt toegerekend maakt dit niet anders. Dit betekent dat organisaties die met vrijwilligers werken en binnen de grenzen van de vrijwilligersregeling willen blijven, betalingen voor verschillende jaren en tijdvakken niet moeten samenvoegen.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 31-08- 2016 (publ. 20-12-2016), BRE-16_1329 (ECLI:NL:RBZWB:2016:5419)