Meer duidelijkheid over ODV

Staatssecretaris Snel heeft het besluit inzake pensioenen: opbouw, vervroegen van de pensioendatum, aanwijzingen en overgangsrecht van 6 november 2015 (Stcrt. 2015, 40404) geactualiseerd. De aanpassing was nodig vanwege de Wet uitfasering PEB. Zo zijn in het besluit onder andere een aantal goedkeuringen ten aanzien van de oudedagsverplichting (ODV) opgenomen.

 

Zo wordt goedgekeurd dat een ODV kan worden gebruikt voor de aankoop van een lijfrente, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht als er al uitkeringen worden gedaan op basis van de ODV. Bij onvoldoende financiële middelen (onderdekking) gelden een aantal voorwaarden. Als aan de voorwaarden wordt voldaan kan op het moment van liquidatie van het lichaam het resterende deel van de ODV worden aangemerkt als niet voor verwezenlijking vatbaar in de zin van art. 19b lid 1 onderdeel c Wet LB 1964 (tekst 2016). Op grond van art. 38p lid 4 Wet LB 1964 is art. 19b ook van toepassing op een ODV. Het prijsgeven van het resterende deel van de ODV leidt dan niet tot heffing van loonheffingen en inkomstenbelasting.

 

Ook wordt goedgekeurd dat het besluit van 18 maart 2013, nr. BLKB2016/27M van toepassing is op aanspraken uit een ODV (art. 38p lid 1 Wet LB 1964).

 

De regeling dat een pensioentoezegging bij een natuurlijke persoon kan worden verzekerd is ten onrechte komen te vervallen. Daarom keurt de staatsecretaris goed dat art. 38n lid 1 Wet LB 1964 van overeenkomstige toepassing is op aanspraken ingevolge een pensioenregeling waarvan een natuurlijke persoon als bedoeld in art. 38j Wet LB 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2016, als verzekeraar optreedt.

 

Daarnaast zijn een aantal onderdelen vervallen of aangepast. De tijdelijke aanwijzing van combinatie-pensioenregelingen met samenloop middelloon- en eindloonfranchise is permanent gemaakt. Ook is een nieuwe aanwijzing opgenomen van regelingen die na het verhogen van de pensioenrichtleeftijd een hoger opbouwpercentage hanteren dan het wettelijk maximum. In dit besluit zijn voorts enkele verduidelijkingen en redactionele wijzigingen opgenomen.

 

Vrijwel tegelijkertijd is het besluit Pensioenen; beschikbare-premieregelingen en premie- en kapitaalovereenkomsten en nettopensioenregelingen (Stcrt. 2017, 4421) geactualiseerd in verband met de verhoging van de pensioenleeftijd naar 68 jaar per 1  januari 2018.
 
Bron: MvF 24-11-2017, nr. 2017-126948 (Stcrt. 2017, 70301); MvF 23-11-2017, nr. 2017-187605 (Stcrt. 2017, 70303)