Minimumloon bij overeenkomst van opdracht

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Van toepassing verklaring van de Wet minimumloon op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht.

Door deze wetswijziging gaat het wettelijk minimumloon ook gelden voor personen die tegen beloning arbeid verrichten op basis van een overeenkomst van opdracht, tenzij het gaat om mensen die fiscaal als ondernemer worden beschouwd. De wetswijziging moet ‘oneigenlijk gebruik’ van de overeenkomst van opdracht tegengaan en oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen.

Dit wetsvoorstel raakt vooral de ‘onderkant’ van de zzp-markt. Of de gehanteerde tarieven ook daadwerkelijk op het niveau van minimaal het minimumloon komen te liggen is afhankelijk van de positie van de zzp’er: is deze echt zelfstandig en wordt hij/zij fiscaal als een ondernemer gezien. Ook is nogal eens onduidelijk of er een overeenkomst van opdracht is of niet. Om de bescherming van het minimumloon ook uit te breiden naar werkenden waar geen sprake is van een overeenkomst van opdracht heeft de Eerste Kamer een motie van het Kamerlid Rinnooy Kan (D66) aangenomen waarin erop wordt aangedrongen dat – behoudens voor fiscaal zelfstandigen – de bescherming van het minimumloon voor iedereen moet gelden, dus ook als er geen sprake is van een overeenkomst van opdracht (en ook geen arbeidsovereenkomst). Wegcontracteren van de fictieve dienstbetrekking voor deze groep aan de onderkant van de markt moet volgens de motie ook onmogelijk worden gemaakt. Omdat het voor opdrachtgevers vaak onduidelijk is, of de opdrachtnemer wordt aangemerkt als ondernemer of niet, wordt in de motie er ook op aangedrongen dat er voor opdrachtgevers een eenvoudiger wijze van verificatie komt om vast te stellen of een opdrachtnemer aangemerkt kan worden als zelfstandige in fiscale zin en aldus niet valt onder de werking van de wet.

Bron: Eerste Kamer 28-03-2017; EK 2016-2017, 33.623, N