Nieuwsbrief special: Belastingafstel en fiscaal “oud & nieuw”

Klik hier voor de PDF versie van deze Nieuwsbrief special.

Op 5 oktober 2017 hebben wij ons jaarlijks cliëntenseminar gehouden in de Pieterskerk in Leiden. Deze middag stond in het teken van “Belastingafstel” en hebben wij gecombineerd met de presentatie van ons nieuwe deel in de PKF Wallast Adviesreeks over datzelfde onderwerp.

 

Nu het einde van het jaar met rasse schreden nadert, lijkt het ons goed om uw aandacht te vragen voor belastingafstel rondom de jaargrens. Daarom gaan wij in deze nieuwsbrief in op een aantal mogelijkheden van het fiscale “oud & nieuw”, zoals:

  •          Realiseer een optimale financiering van uw eigen woning in box 3.
  •          Bespaar op de belastingheffing over uw vermogen.
  •          Behaal een fiscaal voordeel door de tijdige afkoop en afstempeling van uw pensioen in eigen beheer.
  •          Beperk de te betalen vennootschapsbelasting door te spelen met de fiscale eenheid.
  •          Voorkom dat uw compensabele verliezen verdampen.
  •          Maak dit jaar nog gebruik van de bestaande schenkingsfaciliteiten.

 

Voor een nadere uitwerking van deze mogelijkheden tot belastingafstel verwijzen wij u naar onze nieuwsbrief special: Belastingafstel en fiscaal “oud & nieuw”. Deze nieuwsbrief biedt geen ruimte voor al onze ideeën over belastingafstel. Meer over belastingafstel kunt u lezen in ons boek “Belastingafstel”, of raadpleeg uw adviseur.

 

Namens alle collega’s van PKF Wallast wensen wij u alvast fijne kerstdagen en een voorspoedig nieuwjaar.

 

Mr. drs. R.T.E. (René) van Dijk MBV RA RV

Dr. J. (Jeroen) van Strien

Drs. A.T. (Andor) Valkenburg

 

Voorbeelden van belastingafstel in privé

 

Eigenwoninglening toch naar box 3?

De nieuwe regels met betrekking tot de hypotheekrenteaftrek, de veranderingen in de box 3-heffing en de

huidige lage rentestand maken dat we fiscaal anders moeten gaan denken over de hypotheekrenteaftrek. Door de beperking in de aftrek van rente ter zake van de eigen woning in combinatie met de lage rentestand kan het heel aantrekkelijk zijn een lening die kwalificeert als eigenwoninglening om te vormen tot een box 3-lening. Dit is zeer wel mogelijk voor leningen die onder het nieuwe regime vallen. Kort gezegd gaat het dan om leningen waarop (vanuit fiscale optiek) verplicht moet worden afgelost en die zijn afgesloten na 31 december 2012.

 

Timing: Eigen woning niet verkopen in december, maar in januari

Stel dat u van plan bent uw eigen woning te verkopen en deze verkoop leidt tot een (flinke) stijging van uw bankrekening. Vanuit fiscaal perspectief kunt u - als deze verkoop geëffectueerd staat vóór het einde van het jaar – hiermee beter nog even wachten tot januari van het volgende jaar. Immers, zolang de eigen woning nog niet verkocht is, zit deze in box 1. Zodra de woning is verkocht en hier een bankrekening voor in de plaats is gekomen, valt deze bankrekening in box 3. Als peildatum geldt het vermogen dat aanwezig is op 1 januari van het belastingjaar. Indien de woning na deze peildatum wordt verkocht, dan staat het betreffende bedrag nog niet op de bank per 1 januari en telt dan nog niet mee voor de box 3-heffing van dat jaar. U heeft dan een jaar afstel van box 3-heffing over dat bedrag gerealiseerd. Om vergelijkbare reden is het raadzaam om grote uitgaven voor bijvoorbeeld consumptiegoederen nog in december in plaats van in januari te laten plaatsvinden, omdat ook dit het op de peildatum aanwezige vermogen drukt.

 

Box 3-vermogen naar de BV overbrengen

De huidige lage rentestanden, alsmede de wijzigingen in de box 3-heffing, biedt mogelijkheden tot belastingarbitrage, vooral van box 3 naar box 2. Een directeur-grootaandeelhouder (dga) met spaargeld zal zich afvragen of hij beter in box 2 (in zijn BV) of in box 3 kan beleggen. Dit hangt af van het rendement dat hij verwacht te gaan behalen.

 

Verminderen box 3-heffing

De vermogensschijven gaan ervan uit dat meer rendement op vermogen wordt behaald naarmate het vermogen groter is. Het forfaitair berekende rendement waarover inkomstenbelasting verschuldigd is, loopt voor 2017 in de 3 vermogensschijven op van 2,87%, naar 4,60% tot 5,39%. Voor 2018 gelden (naar verwachting) de volgende percentages 2,02%, 4,33%, 5,38% en een heffingsvrij vermogen van naar verwachting € 30.000 (2017: € 25.000). Als het daadwerkelijk gerealiseerde rendement lager is dan het forfaitaire rendement wordt inkomstenbelasting betaald over inkomen dat niet is genoten. Vanwege de huidige lage spaarrente in combinatie met de inkomstenbelastingheffing over de hoge forfaitaire rendementen kan het voordelig zijn om vóór de peildatum van 1 januari 2018 box 3-vermogen over te dragen aan de eigen BV. Box 3-belastingheffing kan op twee manieren verminderd worden:

1.         vermogen als lening verstrekken aan de eigen BV.

2.         vermogen als kapitaal storten in de eigen BV.

 

Deze twee varianten zijn eenvoudig uitvoerbaar voor liquide middelen, beleggingen en vorderingen, maar niet voor onroerende zaken vanwege de heffing van overdrachtsbelasting (2% of 6%). Door box 3-vermogen via een lening ter beschikking te stellen aan de BV ontstaat een vordering op de BV. Hierover moet een zakelijke rente berekend worden, die is belast in box 1. Hiervan is 12% vrijgesteld (de zogenoemde terbeschikkingstellingvrijstelling). Wordt het box 3-vermogen als kapitaal (eigen vermogen) in de BV gestort, dan is niet langer box 3-heffing verschuldigd over dit vermogen. Het rendement op het vermogen (rente, dividend en koerswinsten) wordt met vennootschapsbelasting belast bij de BV. Zodra het nettorendement wordt uitgekeerd aan privé is 25% aanmerkelijkbelangheffing (box 2) verschuldigd. Het in de BV gestorte kapitaal kan belastingvrij worden uitgekeerd aan privé. Wel is het hierbij noodzakelijk om een notaris in te schakelen.
N.B. Bij een verwacht relatief hoog rendement is beleggen in box 3 aantrekkelijker, omdat dan niet het werkelijke hoge rendement wordt belast maar maximaal het forfaitaire rendement van 5,38%. Verder merken wij op dat in de wet een specifieke antimisbruikregeling is opgenomen die moet voorkomen dat box 3-vermogen rond een peildatum wordt overgebracht naar box 1 of 2 voor een te korte periode.

 

Vermijd box 3-heffing door middel van de vrijgestelde beleggingsinstelling

Een alternatief voor het beleggen in de ‘gewone’ eigen BV is het beleggen via de vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI): 0% vennootschapsbelasting en alleen maar box 2-heffing. De VBI is een faciliteit in de Wet op de vennootschapsbelasting in de vorm van een 0%-tarief voor vennootschappen, die zich bezighouden met beleggen. In de wet is een aantal voorwaarden voor de toepassing van het vrijgestelde regime opgenomen, zoals het wettelijk voorgeschreven minimum aan fictief rendement dat jaarlijks wordt geacht te zijn uitgekeerd, en dient er VBI-proof te worden belegd.

 

Voorbeelden belastingafstel voor ondernemers

 

Afkoop en afstempeling van pensioen

De opbouw van pensioen in eigen beheer is inmiddels door iedere dga stopgezet. In de jaren 2017 tot en met 2019 heeft iedere dga de keuze om zijn tot 30 juni 2017 opgebouwde pensioen in eigen beheer gewoon tot uitkering te laten komen (niets doen), de pensioenvoorziening om te zetten in een oudedagsverplichting (‘afstempelen’) of het pensioen af te kopen. Voor iedere dga is deze afweging anders en voor iedere dga zal een andere keuze de optimale zijn. Vrijwel altijd is afstempeling van pensioen zeer voordelig. Als er andere box 1-inkomsten zijn na de AOW-leeftijd, dan kan afkoop

interessant zijn, mits er voldoende liquiditeiten zijn om dit te financieren. Afkopen kan in 2017, 2018 en 2019. De fiscale balanswaarde wordt op het moment van afkoop belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Als u afkoopt vóór 1 januari 2018, krijgt u daarop 34,5% korting. Koopt u af in 2018, dan is de korting 25%. En koopt u af in 2019, dan is de korting 19,5%.

 

Voorkom verliesverdamping

Veel ondernemingen hebben aan de crisisjaren (2008-2015) fiscaal compensabele verliezen overgehouden. Deze verliezen zijn niet (geheel) gecompenseerd met winsten uit het verleden, omdat verliezen van een vennootschap als hoofdregel namelijk maar één jaar kunnen worden teruggewenteld.

De verliezen kunnen echter wél negen jaar vooruitgewenteld worden. Een verlies van 2008 dat niet gecompenseerd is met een winst van 2007 kan dus tot en met 2017 worden gecompenseerd met winsten. Niet alle vennootschappen hebben echter al voldoende winsten om de verliezen uit de oudste crisisjaren te kunnen compenseren. Als verliezen niet tijdig worden verrekend ‘verdampen’ ze en zijn ze definitief niet meer verrekenbaar. Er zijn verschillende manieren om verliesverdamping te voorkomen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de overdracht van vermogensbestanddelen met stille reserves van de belastingplichtige met verliezen aan een 100%-dochtermaatschappij. Deze kan vervolgens in beginsel fiscaal afschrijven over deze activa. Dit geldt overigens niet voor alle activa. Zo kan op vastgoed niet of slechts beperkt worden afgeschreven. Bovendien worden de afschrijvingsmogelijkheden op vastgoed verder ingeperkt in het Regeerakkoord 2018.

 

Maak gebruik van de fiscale eenheid (of juist niet)

Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 20% over de eerste € 200.000 winst en 25% over het meerdere. Het tariefopstapje van 20% over de eerste € 200.000 winst geldt per belastingplichtige. Indien drie vennootschappen samen in een fiscale eenheid zijn gevoegd voor de vennootschapsbelasting kan deze fiscale eenheid slechts eenmaal gebruik maken van het tariefopstapje. Bij het ontbreken van de fiscale eenheid zou driemaal het tariefopstapje kunnen worden gebruikt. Dit levert een voordeel op van maximaal € 20.000. Indien daarentegen een van de vennootschappen verliezen maakt kan het aantrekkelijk zijn om een fiscale eenheid te hebben, aangezien deze verliezen binnen de fiscale eenheid in beginsel kunnen worden afgezet tegen winsten van de andere leden van de fiscale eenheid.
N.B. Het vormen of het verbreken van een fiscale eenheid kan ook andere (negatieve) belastingeffecten hebben.  Raadpleeg daarom altijd vooraf uw adviseur.

 

Voorbeelden van belastingafstel via schenking

Een eenvoudige en geaccepteerde manier van belastingafstel in het schenkingsrecht is gebruikmaken van de schenkingsvrijstellingen. Per kalenderjaar kan men onder andere de volgende vrijgestelde schenkingen verrichten (2017):

  •          Algemene vrijstelling: € 2.129 (of eenmalig € 100.000 voor de eigen woning mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Deze vrijstelling geldt voor vrijwel iedereen (maar niet voor de werkgever die dit bedrag aan zijn werknemer zou willen schenken, aangezien deze vrijgevigheid dan wordt aangemerkt als belastbaar loon en niet als een schenking.) Een begiftigde mag van meerdere personen € 2.129 belastingvrij ontvangen. Een schenker mag ook aan meerdere personen € 2.129 belastingvrij schenken.
  •          Algemene vrijstelling voor ouders en kinderen: € 5.320.

Kinderen en pleegkinderen mogen (ongeacht hun leeftijd) elk jaar een bedrag belastingvrij ontvangen van hun ouders. Het bedrag geldt per kind. De vrijstelling geldt per schenker en per ontvanger. Partners worden beschouwd als één schenker of als één ontvanger

  •          Een eenmalige vrijstelling voor ouders aan kinderen (tussen 18 en 40 jaar) van € 25.526 (of € 53.176 voor studie mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, of € 100.000 voor de eigen woning mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan).