Pakketbezorger geen werknemer

Een pakketbezorger die in opdracht van PostNL werkzaamheden verrichtte stelt, nadat PostNL, de overeenkomst heeft beëindigd, dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Na een beoordeling van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien, komt Hof Amsterdam tot de conclusie dat er van een arbeidsovereenkomst duidelijk geen sprake was.

 

Een pakketbezorger heeft sinds half september 2010 een koeriersbedrijf. Op 13 mei 2011 sluit hij met PostNL een overeenkomst. Begin juni 2011 begint hij met pakketbezorging voor PostNL. Hiervoor huurt hij een bus. Van januari 2013 tot november 2014 laat hij zich in 22% van de gevallen vervangen door iemand anders. Vanaf 24 november 2014 verricht hij geen werkzaamheden meer voor PostNL en hij regelt ook geen vervanger. Op 30 september 2015 zegt PostNL de overeenkomst met de pakketbezorger op. De pakketbezorger is van mening dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en hij eist dat de rechter dat de opzegging daarvan vernietigt.

 

Hof Amsterdam oordeelt het volgende. Bij het aangaan van de overeenkomsten tussen de pakketbezorger en PostNL is expliciet vastgelegd dat partijen voor ogen heeft gestaan dat zij niet de intentie hadden een arbeidsovereenkomst met elkaar aan te gaan. De regels en eisen van PostNL waaraan de postbezorger zich diende te houden en de eisen en gebruikte middelen waaraan de postbezorger diende te voldoen, zijn gelet op de aard van de werkzaamheden niet onlogisch en in het kader van de betrouwbaarheid en de veiligheid mag PostNL dergelijke regels stellen aan de pakketbezorgers. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om een werknemer of een opdrachtnemer. De pakketbezorger was niet verplicht om de werkzaamheden zelfstandig uit te voeren. Hij kon zich laten vervangen zonder toestemming van PostNL. De enige eisen die PostNL stelde waren dat de vervanger een rijbewijs had en een VOG. De pakketbezorger heeft zijn vervanger niet 100% van de verdiensten doorbetaald en zich daarmee als ondernemer gedragen. Het hof vindt dat de pakketbezorger wel in enige mate is beperkt in zijn vrijheid om naar eigen goeddunken en op eigen gekozen tijdstip pakketten te bezorgen. De pakketten moesten binnen een bepaald, door PostNL geïndiceerd tijdvak bij de klant zijn bezorgd. De pakketbezorger was niet verboden om pakketten voor andere opdrachtgevers te vervoeren. Het verbod om gedurende een jaar na beëindiging van de overeenkomst contact te zoeken met een klant van PostNL vindt het hof geen concurrentiebeding. Een dergelijk relatiebeding komt in allerlei overeenkomsten voor. Het hof constateert dat partijen wel degelijk een aantal maal over het bezorgtarief hebben onderhandeld. De pakketbezorger heeft zich gedurende de overeenkomst als ondernemer gedragen: hij had een VAR-wuo, publiceerde jaarrekeningen, droeg btw af en maakte gebruik van fiscale voordelen voor ondernemers. Het hof concludeert dat de rechtsverhouding tussen de pakketbezorger en PostNL niet kwalificeert als een arbeidsovereenkomst.
 
Bron: Hof Amsterdam 30-01-2018, nr. 200.215.857/01 (ECLI:NL:GHAMS:2018:314)