Partner in dienst? Maak een gezagsrelatie aannemelijk!

Werkt een partner mee in het bedrijf, met een arbeidsovereenkomst en tegen een normaal loon, dan is naar het oordeel van het UWV niet snel sprake van een werknemer in de zin van de WW. Door het familieverband is er geen sprake van een gezagsverhouding is de redenatie. Kan men aantonen dat die gezagsverhouding er wel is, dan komt de partner wel in aanmerking voor een uitkering.

De echtgenote van de directeur werkt in het bedrijf op basis van een arbeidsovereenkomst. Als het bedrijf failliet wordt verklaard krijgt zij ontslag aangezegd. Omdat zij nog loon van bedrijf tegoed heeft dient zij bij het UWV een aanvraag tot overname betalingsverplichting loon in. Deze wordt afgewezen omdat volgens het UWV de vrouw niet als werknemer kan worden aangemerkt.

De zaak wordt voorgelegd aan Rechtbank Rotterdam, die tot de conclusie komt dat de vrouw wel degelijk kan worden aangemerkt als werknemer en dus recht heeft op een uitkering. Het werknemerschap wordt beoordeeld aan de hand van de drie criteria van i) het persoonlijk verrichten van arbeid, ii) loonbetaling en iii) een gezagsverhouding. De gezagsverhouding is formeel vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Het loon van de vrouw is marktconform en wijkt niet bijzonder af van het loon van vergelijkbare werknemers. Maar vooral van belang is dat de vrouw bij de rechter aannemelijk maakt dat er, ondanks de familierelatie, wel sprake is van een gezagsverhouding. Uit onder meer de e-mailberichten van haar en haar partner blijkt dat de directeur sturing, instructies en aanwijzingen gaf aan.