Pensioen in eigen beheer wordt uit gefaseerd

Staatssecretaris Wiebes is zijn belofte nagekomen en is voor het zomerreces met de oplossingsrichting voor het pensioen in eigen beheer (PEB) gekomen. Gekozen wordt voor het uit faseren van het PEB omdat daar een breed draagvlak voor is. Het wetsvoorstel zal als onderdeel van het Belastingplan 2017 worden ingediend. 

De staatssecretaris zal zijn voorstel, gedaan in het verslag van het schriftelijk overleg van 16 maart 2016, op enkele punten aanpassen. De termijn waarbinnen het PEB fiscaal geruisloos kan worden afgekocht wordt verlengd naar drie jaar. De staatsecretaris wil echter wel stimuleren dat het PEB zo spoedig mogelijk wordt uit gefaseerd. Daarom stelt hij een staffel voor, waarbij in 2017 een korting van 34,5% op de grondslag geldt, in 2018 een korting van 25% en in 2019 een korting van 19,5%. Ter voorkoming van anticipatie-effecten zullen de balanswaarden van ultimo 2015 in beginsel uitgangspunt zijn voor de tegemoetkomingen ter zake van de afkoop.

Volgens de staatssecretaris zullen alle dga’s die gebruikmaken van deze mogelijkheid tot beëindiging van het PEB door het afstempelen van de commerciële naar de fiscale (balans)waarde (grotendeels) bevrijd worden van de dividendklem. Deze dga’s ontvangen ten opzichte van de bestaande regels een forse tegemoetkoming in de loonbelasting doordat zij over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale waarde van het PEB geen loonbelasting en ook geen revisierente verschuldigd zijn. Na het afstempelen kan tussen afkoop en overstappen naar de spaarvariant worden gekozen. Voor degenen die voor afkoop kiezen geldt nog de bovenstaande korting op de grondslag, waardoor ook dat gedeelte niet in de belastingheffing wordt betrokken, en is ook ter zake van de afkoop geen revisierente verschuldigd. Dit betreft naar verwachting vooral dga’s waarvan ten minste de fiscale (balans)waarde van de PEB-aanspraak gedekt is door het vermogen in de bv, dus de groepen die ‘boven water’ staan (commercieel of alleen fiscaal). Degenen waarvan de fiscale (balans)waarde van het PEB onder water staat, zullen naar verwachting geen gebruik maken van de afkoopfaciliteit. Deze dga's kunnen na het afstempelen wel overstappen naar de spaarvariant. Het geld blijft in de onderneming en de dga houdt daarmee een reservering voor de oude dag. Belastingheffing vindt dan pas in de uitkeringsfase plaats.

Na beëindiging van het PEB kan een oudedagsvoorziening bij een externe verzekeraar worden ondergebracht of kan worden gekozen voor netto sparen in de bv. De in een bv gemaakte winsten die na de betaling van vennootschapsbelasting in de bv blijven, kunnen in een later stadium als dividend worden uitgekeerd, bijvoorbeeld ten behoeve van de oude dag. Over deze uitkering is de zogenoemde box 2- heffing van 25% van toepassing.

In een bijlage bij de brief worden nog wat technische vragen inzake de positie van de partner, internationale aspecten bij afzien, afkoopperiode en overgangstermijn en overige vragen beantwoord.

Bron: MvF 01-07-2014, nr. 2016-0000092244