Regeerakkoord: wat zijn de gevolgen

‘Vertrouwen in de toekomst’; dat is de titel van het regeerakkoord dat op 10 oktober 2017 is gepresenteerd door VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. In dit akkoord, dat ziet op de periode 2017-2021, worden de plannen gepresenteerd van het nieuwe kabinet. Het regeerakkoord komt niet in de plaats van het met Prinsjesdag gepresenteerde Belastingplan 2018. Wel leidt een aantal voorstellen in het akkoord tot aanpassing van het Belastingplan. Het regeerakkoord bevat geen concrete wetsvoorstellen. Wel krijgen we een goed beeld welke wetsvoorstellen we het komende jaar of komende jaren kunnen verwachten en hoe deze maatregelen er globaal uitzien. In deze nieuwsbrief informeren wij u daarom over de belangrijkste aangekondigde maatregelen op belastinggebied (deel I) en op het gebied van arbeidsrecht (deel 2) die voor u of voor uw onderneming van belang kunnen zijn. 

 

I. FISCALE MAATREGELEN
 
Ondernemers
 
Maatregelen in de inkomstenbelasting
 
  • Er komt vanaf 2019 een tweeschijvenstelsel met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5% (vanaf € 68.507).
  • In 2020 wordt het aftrektarief waartegen aftrekposten aftrekbaar zijn voor diverse aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente en met 3%-punt per jaar naar het basistarief afgebouwd. Het aftrektarief komt in 2021 op 43%.Voor ondernemers kan hierbij onder andere gedacht worden aan de zelfstandigenaftrek.

 

Maatregelen in de vennootschapsbelasting

 

  • Het tarief voor de vennootschapsbelasting gaat van 20% en 25% in stappen naar respectievelijk 16% en 21% per 2021.
  • De stapsgewijze verlenging van de eerste schijf in de vennootschapsbelasting van € 200.000 naar € 350.000 (vanaf 2018, vastgelegd in Belastingplan 2017) wordt teruggedraaid waardoor de schijfgrens ook na 2017 € 200.000 bedraagt.
  • Deze twee maatregelen samen, geven voor de komende jaren het volgende beeld (zie tabel). 
 
 
Eerste schijf
Tarief
Tweede schijf
Tarief
2017
€ 0 - € 200.000
20%
> € 200.000
25%
2018
€ 0 - € 200.000
20%
> € 200.000
25%
2019 (- 1%)
€ 0 - € 200.000
19%
> € 200.000
24%
2020 (- 1,5%)
€ 0 - € 200.000
17,5%
 > € 200.000
22,5%
2021 (- 1,5%)
€ 0 - € 200.000
16%
€ 200.000
21%
 
  • Om een sterke aanzuigende werking naar de BV te voorkomen en om een globaal evenwicht te houden in belastingdruk wordt het box 2-tarief in stappen verhoogd van 25% naar 28,5% in 2021.
 
Wat vindt PKF Wallast
De voorgestelde wijzigingen in de vennootschapsbelasting en de voorgestelde wijziging in het tarief in box 2 kunnen veel impact hebben. Om maximaal te profiteren van aftrek tegen het hoge tarief van de vennootschapsbelasting kan worden bezien of het bijvoorbeeld dit en/of volgend jaar mogelijk is een of meer fiscale voorzieningen te vormen. Als u overweegt om dividend uit te keren uit uw BV kan het verstandig zijn dit te doen onder het huidige box 2 tarief van 25% in plaats van tegen 28,5% in 2021.
Raadpleeg hiervoor uw adviseur.
 
  • Momenteel is een verlies in de vennootschapsbelasting verrekenbaar met de winst van het voorafgaande jaar (carry back) of de negen jaren daarna (carry forward). Voorgesteld wordt de termijn voor carry forward te beperken tot zes jaar.
 
Wat vindt PKF Wallast
Door het verder beperken van de carry forward termijn kan het eerder voorkomen dat de compensabele verliezen van uw BV dreigen definitief te verdampen. Wij kunnen u adviseren hoe deze verliezen via een omweg benut kunnen worden op het moment dat verliesverdamping dreigt. Wij zien hiervoor namelijk nog steeds mogelijkheden.
 
  • Voorgesteld wordt om afschrijving op gebouwen verder te beperken. Op gebouwen in eigen gebruik mag door Vpb-ondernemers volgens het regeerakkoord tot slechts maximaal 100% van de WOZ-waarde worden afgeschreven (was 50%).
  • Het effectieve tarief van de innovatiebox wordt verhoogd van 5% naar 7%.
  • Directe beleggingen in vastgoed door fiscale beleggingsinstellingen (FBI’s) zijn niet meer toegestaan in verband met het afschaffen van de dividendbelasting.
  • Er wordt een generieke minimumkapitaalregel (thin cap rule) ingevoerd die renteaftrek over vreemd vermogen boven 92% van het commerciële balanstotaal beperkt (gericht op banken en verzekeraars).
 
Financiering in de vennootschapsbelasting
  • Onderdeel van de Europese Anti-Tax Avoidance Richtlijn (ATAD1) is een generieke aftrekbeperking in de vorm van een earningstripping maatregel. Kort gezegd is het saldo van rentelasten en rentebaten van een belastingplichtige slechts aftrekbaar voor zover dit saldo niet meer is dan 30% van fiscale EBITDA. Hierover heeft het (demissionaire) Kabinet in juli 2017 een consultatiedocument gepubliceerd. Nederland moet de Europese Richtlijn namelijk nog implementeren in nationale wetgeving. De wijze waarop Nederland zal gaan implementeren wordt nu duidelijker. Gekozen is voor een drempel van 1 miljoen euro aan rente, waarbij er geen gebruik wordt gemaakt van de in de richtlijn geboden mogelijkheid tot een groepsescape. Enkele bestaande specifieke renteaftrekbeperkingen worden daarbij afgeschaft, met uitzondering van de specifieke renteaftrekbeperking gericht tegen winstdrainage.
 
Wat vindt PKF Wallast
Wij vinden het jammer dat het nieuwe Kabinet niet kiest voor de ruimere tegemoetkomingen die zijn toegestaan in de Richtlijn. Dit betekent dat belastingplichtigen eerder zullen worden geconfronteerd met deze nadelige wetgeving. Wel zien wij mogelijkheden om de effecten van de voorgestelde wetgeving wat te matigen, bijvoorbeeld door meerdere malen gebruik te maken van de drempel, bijvoorbeeld door het verbreken van een fiscale eenheid. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.
 
Maatregelen in de loonbelasting
  • Na evaluatie van de huidige “gebruikelijk-loon-regeling” zal het kabinet bezien of de regeling moet worden aangepast. Daarbij zal ook worden bezien of de regelgeving ten aanzien van het uitbetalen in aandelen voor start-ups en scale-ups moet worden verruimd.
  • De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort van acht naar vijf jaar. De 30%-regeling is een tegemoetkoming voor extraterritoriale werknemers. Werknemers met zo’n 30%-regeling kunnen extraterritoriale kosten onbelast vergoed krijgen, maximaal 30% van het loon, zonder dat bewijs geleverd hoeft te worden dat deze kosten daadwerkelijk worden gemaakt.         
 
Maatregelen in de dividendbelasting en andere bronbelastingen
  • Dividendbelasting wordt afgeschaft. Tegelijkertijd wordt, om brievenbusconstructies tegen te gaan, een bronbelasting op rente en royalty’s ingevoerd op uitgaande financiële stromen naar landen met zeer lage belastingen (low tax jurisdictions).
 
Overige fiscale maatregelen ondernemers
  • Voorgesteld wordt om belastingontwijking aan te pakken door het opstellen van een zogenaamde zwarte lijst met niet-coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen en een verplichting voor multinationals om per (EU-)land op de zwarte lijst te rapporteren over hun activiteiten.
  • Naar aanleiding van de ‘Panama papers’ wordt de informatiepositie en de opsporingscapaciteit van de Belastingdienst verstrekt en komt er meer transparantie.
  • Het pensioenstelsel wordt vernieuwd.
 
 
Particulieren
 
Maatregelen in de inkomstenbelasting
  • Er komt vanaf 2019 een tweeschijvenstelsel met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5% (vanaf € 68.507). Net zoals in de huidige situatie betalen AOW-gerechtigden geen AOW-premie, waarvoor voor deze groep drie schijven blijven bestaan.
  • In 2020 wordt het aftrektarief waartegen aftrekposten aftrekbaar zijn voor diverse aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente en met 3%-punt per jaar naar het basistarief afgebouwd. Het aftrektarief komt in 2021 op 43%. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de hypotheekrenteaftrek.
  • Het deel van de opbrengst van de aftrekpostenmaatregel dat voortkomt uit een verlaging van het aftrekpercentage van de hypotheekrente wordt gebruikt om het eigenwoningforfait vanaf 2020 te verlagen met in totaal 0,15% naar 0,60%. Onbekend is of deze verlaging ook geldt voor de woningen met een WOZ-waarde van meer dan € 1.060.000.
  • De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (Wet Hillen) wordt de komende 30 jaar stapsgewijs afgebouwd. Dit betekent dat belastingplichtigen die hun hypotheek (bijna) geheel hebben afgelost inkomstenbelasting verschuldigd zijn over hun eigenwoningforfait. De zogenoemde aflosboete moet weer worden betaald.
  • Het box 2-tarief wordt verhoogd van 25% naar 27,3% (in 2020) en 28,5% in 2021.
  • In de vermogensrendementsheffing (box 3) wordt sneller aangesloten op het werkelijk rendement van spaartegoeden. Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd naar € 30.000 (€ 60.000 voor partners).
  • De algemene heffingskorting wordt in 2021 verhoogd met ca. € 350.
  • Tevens vinden er wijzigingen plaats op het vlak van de inkomensafhankelijke combinatiekorting, de ouderenkorting en de arbeidskorting en op het vlak van de toeslagen.
 
BTW maatregelen
  • Het verlaagde btw-tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%.
 
Overige fiscale maatregelen
  • Aan vrijwilligers kan momenteel onder voorwaarden een bedrag van maximaal € 1.500 per kalenderjaar als onbelaste vergoeding worden verstrekt. Dit bedrag wordt met € 200 verhoogd naar € 1.700.        
 
Milieumaatregelen
  • Het regeerakkoord kent ook een flink aantal milieumaatregelen.
  • De verhuurdersheffing zal mede afhankelijk worden gemaakt van de investeringen in energiebesparing door de corporatie.
  • Er wordt ingezet op Europese afspraken over belastingen op luchtvaart in het kader van de voor 2019 geplande onderhandelingen over de klimaatdoelen van ‘Parijs’. Indien dat onvoldoende resultaat oplevert, zal er per 2021 een vliegbelasting worden ingevoerd.
  • Milieuvervuilend gedrag wordt beprijsd, door invoering van een CO2-minimumprijs in de elektriciteitssector, aanpassingen in de energiebelasting, een hogere belasting op het storten en verbranden van afval en het afschaffen van de teruggaafregeling voor taxi’s.
  • In navolging van omringende landen wordt zo spoedig mogelijk een kilometerheffing voor vrachtverkeer (“Maut”) ingevoerd. Het daarvoor te introduceren registratie- en betalingssysteem wordt gelijk aan dat in de buurlanden.
 
II. ARBEIDSRECHTELIJKE MAATREGELEN
 
De fiscale positie van zzp-ers
De Wet DBA wordt vervangen en de huidige handhavingsbeperking wordt gefaseerd afgebouwd. De nieuwe wet moet meer zekerheid bieden, dat geen sprake is van een dienstbetrekking en moet schijnzelfstandigheid voorkomen. Zzp-ers met een laag tarief (< €18/u) en een lange duur van de overeenkomst (> 3 maanden) of als zij reguliere bedrijfsactiviteiten verrichten, kwalificeren als werknemers. Zzp-ers met een hoog tarief (> € 75/u) en een korte duur van de overeenkomst (< 1 jaar) of als zij niet-reguliere bedrijfsactiviteiten verrichten kunnen kiezen voor een ‘opt out’ regeling voor de loonbelasting en premies werknemersverzekeringen, zodat zij voor de loonheffingen kwalificeren als zelfstandige ondernemer. Voor de overige zzp-ers zal een opdrachtgeversverklaring worden ingevoerd, waardoor de opdrachtgevers zekerheid vooraf kunnen verkrijgen voor de loonbelasting en premies werknemersverzekeringen. De opdrachtgeversverklaring wordt aangevraagd via een webmodule, waarbij voor de gezagsverhouding meer getoetst wordt op basis van materiële omstandigheden in plaats van de formele omstandigheden.
 
Introductie van een cumulatiegrond in het ontslagrecht
De WWZ heeft er toe geleid dat ontslag ook in situaties waar dat redelijkerwijze aan de orde is, onnodig wordt bemoeilijkt. Met de introductie van een cumulatiegrond komen er meer mogelijkheden voor de rechter om te beoordelen of van een werkgever verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten of dat ontslag gerechtvaardigd is op basis van de cumulatie van omstandigheden genoemd in de verschillende thans in de wet genoemde ontslaggronden. Hier staat voor de werknemer tegenover dat de rechter een extra vergoeding kan toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding (bovenop de reeds bestaande transitievergoeding).
 
Verlichting van de verplichtingen voor loondoorbetaling bij ziekte
Om te bevorderen dat het MKB weer meer personeel in (vaste) dienst durft te nemen, wordt de loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) verkort van twee naar één jaar. De collectieve kosten van het tweede jaar worden gedekt via een uniforme lastendekkende premie, te betalen door kleine werkgevers. Tevens wordt de periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de WGA, verkort van tien jaar naar vijf jaar. Daarmee wordt voor alle werkgevers de periode waarover risico wordt gelopen in het geval een van hun werknemers arbeidsongeschikt wordt, aanzienlijk beperkt. Na de periode van premiedifferentiatie wordt een collectieve, uniforme premie geheven.
 
Overige arbeidsrechtelijke maatregelen
  • Meer balans in de transitievergoeding.
  • De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, wordt verlengd van twee naar drie jaar.
  • De mogelijkheden voor een langere proeftijd worden verruimd om het aangaan van een contract voor onbepaalde tijd aantrekkelijker te maken voor werkgevers. Indien een werkgever direct (als eerste contract) een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt, wordt de proeftijd verruimd naar vijf maanden. Voor meerjaarscontracten (meer dan 2 jaar) wordt de proeftijd drie maanden. In overige gevallen blijft de proeftijd zoals deze nu is.
  • Differentiatie van de WW-premie naar type contract met als doel arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd aantrekkelijker te maken.
  • Het kraamverlof van partners wordt per 1 januari 2019 verlengd van twee dagen naar vijf dagen, met recht op doorbetaling van het volledige loon. Vanaf 1 juli 2020 krijgen partner een aanvullend kraamverlof van vijf weken. Tijdens dit verlof ontvangt de werknemer een uitkering van het UWV, tegen 70% van het dagloon (tot ten hoogste 70% van het maximum dagloon).
  • De regeling van adoptieverlof wordt verruimd naar 6 weken.