Slordigheid niet voldoende voor een boete

Een uitzendbureau met een klein wagenpark voor het ophalen en afzetten van de ingeroosterde ploegen gaat in bezwaar en beroep tegen de opgelegde naheffingsaanslag en boete wegens privégebruik van de auto’s. Hof Amsterdam laat de naheffingsaanslag in stand, de boetes (grotendeels) niet. Dat de ritten slordig werden geregistreerd maakte nog niet dat het uitzendbureau ernstig nalatig handelde.

Een uitzendbureau beschikt in de jaren 2009 tot en met 2012 over verschillende auto’s, waarvan de dga er een gebruikte. De overige auto’s werden gebruikt door medewerkers die de ingeroosterde ploegen ophalen en afzetten. De chauffeurs beschikten over de sleutels van de auto’s en parkeerden de auto’s na afloop van de werkzaamheden bij hun woning. Het uitzendbureau gaf de huis- en verblijfadressen van de op te halen uitzendkrachten door. Met de chauffeurs was afgesproken dat zij niet privé met de bedrijfsauto mochten rijden. De chauffeurs verklaarden dat ook nimmer te hebben gedaan en dat naleving van deze afspraak ook werd gecontroleerd. Controle vond plaats aan de hand van het aantal gereden kilometers en per dag opgehaalde uitzendkrachten en het moment waarop de auto weer volgetankt moest worden. Tanken kon alleen met voorafgaande toestemming van het uitzendbureau en pas nadat op kantoor één van de tankpassen was opgehaald. De tankpassen werden na het tanken ook weer ingeleverd. Met betrekking tot de met de auto’s gereden kilometers werden – met uitzondering van één auto – rittenregistraties bijgehouden. Daarin ontbreken echter de ophaaladressen. Verder vond onder meer in 2010 een bijtelling vanwege privégebruik plaats. Ter zitting heeft het uitzendbureau verklaard dat privégebruik verboden was, tenzij de chauffeur om toestemming vroeg, welke toestemming werd verleend.

Volgens het hof stonden de auto’s gezien de gang van zaken ook voor privédoeleinden aan de chauffeurs ter beschikking. Vervolgens komt het hof tot de conclusie dat het uitzendbureau met de rittenadministratie niet heeft doen blijken dat de auto’s op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer (per auto) voor privédoeleinden zijn gebruikt. De gereden route – die vanwege het ophalen van uitzendkrachten afweek van de meest gebruikelijke – is niet in de rittenoverzichten vermeld of daaruit af te leiden. De gegevens in de rittenoverzichten zijn daardoor onvoldoende controleerbaar.

Al met al blijft naheffingsaanslag in stand.

De boetes worden echter grotendeels vernietigd. Ten aanzien van de auto waarvoor geen rittenadministratie is gevoerd, is een 25% boete gerechtvaardigd. Het uitzendbureau was immers wel op de hoogte van de autokostenregeling en de noodzaak om overtuigend aan te tonen dat een terbeschikkinggestelde auto voor niet meer dan 500 kilometer op jaarbasis privé werd gebruikt. De overige boetes kunnen niet in stand blijven. Het niet-noteren van de omrijdkilometers en het niet effectief controleren van het verbod op privégebruik van de auto’s rechtvaardigen op zichzelf niet het oordeel dat het uitzendbureau telkens toen zij afzag van inhouding en afdracht ter zake van een voordeel in verband met de terbeschikkingstelling van de auto’s ernstig nalatig handelde.

 

Bron: Hof Amsterdam 6-09-2016