Spoedreparatie fiscale eenheidsregime VPB

Staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes heeft enkele spoedreparatiemaatregelen in de vennootschaps- en dividendbelasting aangekondigd. Aanleiding hiervoor is de conclusie van advocaat-generaal (A-G) Campos Sanchéz-Bordona van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) die de A-G heeft genomen in twee zaken over de verenigbaarheid van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969). De A-G concludeert dat het Nederlandse fiscale-eenheidsregime op onderdelen niet verenigbaar is met de uit het EU-recht voortvloeiende vrijheid van vestiging.

 

Achtergrond
De Hoge Raad heeft op 8 juli 2016  in twee procedures prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU over de verenigbaarheid met de vrijheid van vestiging van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime voor de vennootschapsbelasting. De gemeenschappelijke kernvraag van beide procedures is:  ‘Kunnen belastingplichtigen, ondanks dat zij op grond van de Wet Vpb 1969 geen fiscale eenheid kunnen aangaan met hun buitenlandse dochters, wel in aanmerking komen voor de voordelen van afzonderlijke elementen van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime?’ Deze zogenoemde ‘per- elementbenadering’ vloeit voort uit het Groupe Steria-arrest van het HvJ EU waarin is geoordeeld dat het Franse fiscale-eenheidsregime op een onderdeel niet verenigbaar is met het EU-recht.
 
Conclusie A-G
De A-G concludeert dat de Nederlandse wetgeving op het vlak van de fiscale eenheid in strijd is met het EU-recht, met name in combinatie met de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb 1969. Artikel 10a Wet Vpb 1969 bepaalt dat rente op een lening aan een verbonden lichaam in beginsel niet aftrekbaar is indien de lening is aangewend voor zogenoemde besmette transacties. Het fiscale-eenheidsregime heeft echter tot gevolg dat besmette transacties tussen lichamen, die samen een fiscale eenheid zijn aangegaan, niet zichtbaar zijn voor de toepassing van artikel 10a Wet Vpb 1969. Hierdoor wordt de rente op de lening in aftrek toegelaten. Het fiscale-eenheidsregime is op grond van de nationale wet beperkt tot binnenlandse verhoudingen. In grensoverschrijdende situaties kan dus geen gebruik worden gemaakt van dit voordeel van het fiscale-eenheidsregime waardoor de rente in aftrek kan worden beperkt.
 
Inhoud spoedmaatregelen
Indien het HvJ EU de conclusie van de A-G volgt, en daarmee de per-elementbenadering accepteert, dan zal dit naar verwachting tot gevolg hebben dat uitholling van de Nederlandse grondslag door internationaal opererende bedrijven wordt vergemakkelijkt. De staatssecretaris schat de structurele derving in op enkele honderden miljoenen euro’s per jaar. Om deze budgettaire derving te voorkomen wordt de wetgeving zodanig aangepast dat de meest kwetsbare elementen van de fiscale eenheid niet langer meer zullen leiden tot een gunstiger behandeling in een binnenlandse situatie ten opzichte van een grensoverschrijdende situatie. De spoedmaatregelen hebben tot gevolg dat het fiscale-eenheidsregime voor binnenlandse verhoudingen ‘strenger’ wordt. Diverse regelingen in de vennootschaps- en dividendbelasting moeten worden toegepast alsof er geen fiscale eenheid is.
 
Concreet worden de volgende bepalingen genoemd:
  • de renteaftrekbeperking ter voorkoming van winstdrainage (artikel 10a Wet Vpb 1969)
  • de deelnemingsvrijstelling (artikel 13, negende tot en met vijftiende lid, alsmede het zeventiende lid Wet Vpb 1969)
  • de renteaftrekbeperking bovenmatige deelnemingen (artikel 13l Wet Vpb 1969)
  • de verliesverrekening bij wijziging van het belang (artikel 20a Wet Vpb 1969) en
  • de afdrachtvermindering voor dooruitdelingen (artikel 11 Wet op de dividendbelasting 1965).
De genoemde regelingen moeten dus worden toegepast alsof de lichamen van de fiscale eenheid zelfstandig belastingplichtig waren. Voor de praktijk hebben deze maatregelen een verhoging van de belasting en de administratieve lasten tot gevolg.
 
Inwerkingtreding met terugwerkende kracht
Na de uitspraak van het HvJ EU zal een wetsvoorstel worden aangeboden aan de Tweede Kamer, mocht de uitspraak daartoe aanleiding geven. In dat wetsvoorstel zal worden geregeld dat de spoedmaatregelen met terugwerkende kracht ingaan tot 25 oktober 2017, 11:00 uur.
 
Wat vindt PKF Wallast?
De conclusie van de A-G biedt enerzijds kansen voor nog openstaande jaren. Samen met uw adviseur kunt u in kaart brengen welke voordelen deze per-elementbenadering voor u zou kunnen hebben. In uw aangifte vennootschapsbelasting kunt u de positie innemen dat deze benadering toegepast zou moeten worden. Daarnaast kan het in voorkomende gevallen raadzaam zijn om bezwaar te maken tegen aanslagen waarin geen rekening wordt gehouden met de per-elementbenadering. Of het standpunt uiteindelijk wordt gehonoreerd hangt natuurlijk af van het antwoord op de vraag of de conclusie van de A-G ook wordt gevolgd door het HvJ EU.
 
Verder betekent de terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017, 11:00 uur, van de aangekondigde reparatiewetgeving dat op korte termijn in kaart moet worden gebracht wat de effecten zijn van de eventuele invoering en hoe de nadelige effecten kunnen worden gemitigeerd. Vooralsnog lijkt het er namelijk op dat ook bestaande fiscale eenheden (met terugwerkende kracht tot 25 oktober 2017) zullen worden getroffen door de aangekondigde reparatiewetgeving.