Startende ondernemer? Zorg voor concrete plannen en werkzaamheden

Startende ondernemers moeten concrete plannen hebben en werkzaamheden verrichten om aannemelijk te maken dat zij winst uit onderneming gaan genieten.

Een startende ondernemer heeft in 2011 activiteiten verricht die verband houden met het opzetten van een informatieportaal en/of een vergelijkswebsite. In zijn aangifte heeft de startende ondernemer daarmee verband houdende kosten in mindering gebracht. Deze aangifte is door de inspecteur gecorrigeerd. Volgens de inspecteur zijn de verrichte activiteiten geen onderneming.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden kunnen activiteiten slechts een bron van inkomen vormen als redelijkerwijs te verwachten is dat daarmee voordeel zal worden behaald. De startende ondernemer geeft aan dat het uiteindelijk zijn bedoeling was winst uit onderneming te behalen door een website op te zetten die subjectieve en objectieve rechtseconomische waarderingen in de keuze voor een rechtsbijstandsverlener betrekt. Daar het idee volgens hem een spirituele goudmijn is, moet hij daarmee prudent omspringen en kan hij zijn plannen niet publiek maken, omdat anders anderen er met zijn idee vandoor gaan. Dat is ook één van de redenen dat zijn plannen tot op heden niet tot ontwikkeling zijn gekomen en dat er vooralsnog geen omzet is behaald. Het hof vindt dat de startende ondernemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij de start in 2011 redelijkerwijs te verwachten viel dat hij met zijn activiteiten op enig tijdstip voordeel zou behalen. De plannen en de feitelijk in 2011 en later verrichte werkzaamheden zijn daarvoor te weinig concreet gemaakt.

Ook het feit dat de startende ondernemer een vacature-website voor de horeca heeft opgezet, werkt niet in zijn voordeel. Het is namelijk niet duidelijk welk verband die website heeft met de plannen van de startende ondernemer. Deze vacature-website is daadwerkelijk opgezet en heeft, zoals de startende ondernemer heeft laten zien, in de maand eindigend met 26 juli 2014 137 bezoekers in 238 sessies gehad. Dat zegt echter weinig over het in het jaar 2011 met deze activiteiten redelijkerwijs te verwachten voordeel. Bovendien heeft deze vacature-website nog nimmer omzet opgeleverd en is niet duidelijk op welke wijze in 2011 redelijkerwijs was te verwachten dat of hoe deze website kan bijdragen aan het behalen van voordeel door de startende ondernemer met de aangegeven activiteiten. Het hof ziet dan ook geen enkele reden om de uitspraak van de rechtbank niet te handhaven. De aanslag blijft in stand.

 

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden Hof Arnhem-Leeuwarden 01-11-2016, nr. 15/01525 (ECLI:NL:GHARL:2016:8744)