Tijdelijk gehuurde auto van de zaak blijft ter beschikking gesteld

Een werknemer met een verklaring geen privégebruik tracht onder de bijtelling uit te komen door tijdens vakanties de auto van de werkgever te huren. Deze opzet slaagt niet. De auto blijft ter beschikking gesteld volgens de inspecteur en de vakantiekilometers tellen mee. De huurprijs is niet anders dan een eigen bijdrage voor privégebruik die op de bijtelling in mindering wordt gebracht.

Een werknemer heeft van zijn werkgever een auto ter beschikking gekregen. De werknemer overlegt een verklaring geen privégebruik op basis waarvan de werkgever over de jaren 2011, 2012 en 2013 geen loonbelasting inhoudt ter zake van de bijtelling voor privégebruik. Op verzoek van de Belastingdienst overlegt de werknemer over die jaren zijn rittenadministratie. Hieruit blijkt dat hij in die jaren naast gewone privékilometers (waarbij hij onder de 500 km-grens bleef) ook vakantie gerelateerde privékilometers heeft gereden. Voor het gebruik van de auto tijdens de vakantie heeft hij telkens met de werkgever een huurovereenkomst afgesloten voor de huur van de auto tegen een vergoeding.

De inspecteur trekt de conclusie dat in alle drie de jaren de grens van 500 kilometer privékilometers is overschreden en legt naheffingsaanslagen op. In geschil is of de inspecteur bij het opleggen van de naheffingsaanslagen terecht de vakantiekilometers in aanmerking heeft genomen. Na eerst door de rechtbank in het ongelijk te zijn gesteld gaat de werknemer in hoger beroep bij Hof Arnhem-Leeuwarden.

Dit hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 13bis Wet LB 1964 vindt bijtelling voor privégebruik van de aan de werknemer ter beschikking gestelde auto voor zover dit privégebruik meer dan 500 kilometer per kalenderjaar plaatsvindt. Indien de werknemer een verklaring geen privégebruik van de Belastingdienst aan zijn werkgever overlegt, houdt de werkgever geen loonbelasting in, tenzij hij weet dat de verklaring niet juist is. Wanneer de Belastingdienst de verklaring geen privégebruik auto intrekt of wanneer de werknemer niet kan laten blijken dat hij niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruik heeft gemaakt van de ter beschikking gestelde auto, heft de Belastingdienst na bij de werknemer. Rechtbank Noord-Nederland heeft volgens het hof met juistheid overwogen dat de vakantiekilometers privékilometers vormen. De huurovereenkomst maakt dit niet anders. De vergoeding voor de huur van de auto heeft de inspecteur bij het vaststellen van de naheffingsaanslagen als eigen bijdrage voor privégebruik in mindering gebracht op de bijtelling wegens privégebruik van de auto. Het hoger beroep is ongegrond.

 

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden 20-09-2016, nr. 15/01369 t/m 15/01371 (ECLI:NL:GHARL:2016:7593)