Transitievergoeding na ontslag wegens arbeidsongeschiktheid: welk loon?

Indien de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens langdurige arbeidsongeschiktheid wordt beëindigd is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd. Rechtbank Limburg boog zich onlangs over de vraag welk loon als uitgangspunt moet worden genomen voor de berekening van de transitievergoeding: het loon bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst of het loon bij aanvang van de arbeidsongeschiktheid.

 De zaak betrof een administratief medewerkster van een ziekenhuis die op 23 juni 2014 arbeidsongeschikt is geraakt. Met ingang van oktober 2016 heeft zij in het kader van haar re-integratie passende werkzaamheden in de scanstraat uitgevoerd gedurende van gemiddeld 16 uur per week. Dit betrof een tijdelijke functie in verband met het project digitalisering poliklinieken.

Op 23 maart 2017 verleent het UWV een ontslagvergunning waarna het ziekenhuis de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd tegen 1 augustus 2017. De werkneemster ontvangt een transitievergoeding van € 10.087,88 bruto. Bij de berekening van de transitievergoeding is het loon gehanteerd dat de werkneemster sinds 1 november 2016 verdiende voor haar werkzaamheden in de scanstraat. De werkneemster is het met die berekening niet eens en verzoekt om toekenning van het restant van de verschuldigde transitievergoeding van € 3.288,12 bruto. Volgens haar is het ziekenhuis bij de berekening van de transitievergoeding uitgegaan van een verkeerd loonbedrag. Het ziekenhuis heeft bij die berekening het (lagere) laatst genoten loon toegepast, terwijl het bedongen loon toegepast had moeten worden. Het was ook steeds de bedoeling dat de werkneemster terug zou keren naar haar oude functie. Het bedongen loon is dan ook niet veranderd.

Anders dan het ziekenhuis is de kantonrechter van oordeel dat het loon behorende bij de werkzaamheden in de scanstraat niet kan gelden als het overeengekomen loon. Uit de brief van het ziekenhuis van 1 december 2016 blijkt immers dat de werkneemster is ingezet in de scanstraat om op te bouwen in uren en dat dit voorlopig wordt voortgezet omdat re-integratie in de eigen functie op dat moment nog niet mogelijk was. Dat de loondoorbetalingsverplichting voor de bedongen arbeid op grond van artikel 7:629 lid 1 BW was geëindigd, doet niet ter zake.

Verder volgt uit de nota van toelichting bij het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding naar het oordeel van de kantonrechter dat bij de berekening van de transitievergoeding moet worden uitgegaan van de oorspronkelijke overeengekomen arbeidsduur en het daarbij behorende loon. De transitievergoeding moet dus berekend worden op basis van het loon en de arbeidsduur ten tijde van de aanvang van de arbeidsongeschiktheid.

 

Bron: Rb. Limburg 13-09-2017, 6220902 AZ VERZ 17-165 (ECLI:NL:RBLIM:2017:8895)