VAR niet zomaar in te trekken

De inspecteur mag een VAR-WUO, die in 2010 werd afgegeven en in de volgende jaren automatisch werd verlengd, niet intrekken en vervangen door een VAR-loon. Volgens Rechtbank Noord-Holland kan dit niet zonder dat aannemelijk is gemaakt dat de omstandigheden zijn gewijzigd.

De zaak betrof een BIG-geregistreerde verpleegkundige die AWBZ-zorg in natura verleent, onder meer via drie verschillende AWBZ-toegelaten zorginstellingen, waarbij zij aan meerdere zorgvragers zorg verleent. Daarnaast verzorgt zij haar partner op basis van een zorgovereenkomst. In 2009 heeft zij een aanvraag voor een VAR-WUO ingediend.  Voor 2010 is de VAR-WUO afgegeven en deze is in de jaren 2011 tot en met 2014 automatisch verlengd. Voor de jaren 2013 en 2014 heeft de inspecteur naderhand de beschikking herzien.

Volgens Rechtbank Noord-Holland valt uit de wetsgeschiedenis op te maken dat de inspecteur een VAR alleen kan herzien als hij aannemelijk maakt dat de feiten en omstandigheden afwijken van de door de belastingplichtige, in dit geval de verpleegkundige, gepresenteerde feiten en omstandigheden. De inspecteur voert aan dat de verpleegkundige een aantal vragen op het aanvraagformulier niet correct had beantwoord – ze gaf aan resultaatgenieter te zijn in plaats van ondernemer – waardoor de VAR kon worden herzien. Dit vindt de rechtbank onvoldoende om te spreken van onjuist gepresenteerde feitelijke omstandigheden. Ook blijkt uit de overige antwoorden dat de verpleegkundige risico loopt, niet verplicht is aanwijzingen op te volgen en declaraties stuurt voor de door haar verrichte werkzaamheden. Kortom: de herzieningsbeschikkingen dienen vernietigd te worden.

 

Bron: Rb. Noord-Holland 24-12-2014, nr. AWB – 14 _ 1373 (ECLI:NL:RBNHO:2014:12091)