Verhoogde verzuimboete MRB op de schop

Vooruitlopend op een definitieve regeling kondigt staatssecretaris een aanpassing aan van het boetebeleid ingeval van betalingsverzuimen MRB. Het beroep in cassatie tegen de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 7 juni 2016, waarin geoordeeld was dat de hoogte van de boete niet in verhouding staat tot de ernst van de verwijtbare gedraging, wordt ingetrokken.

Sinds 1 januari 2014 geldt voor een betalingsverzuim inzake de MRB een verhoogde verzuimboete van 3% van het wettelijk maximum van art. 67c Awr (thans € 5.278). De verzuimboete wordt opgelegd in geval van een betalingsverzuim, tenzij de belastingplichtige in het jaar voorafgaand niet eerder in verzuim is geweest. In een aantal procedures is bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de boete. Op 7 juni oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden dat de hoogte van de boete – € 147 – niet in verhouding staat tot de ernst van de verwijtbare gedraging, in casu het te laat betalen van een naheffingsaanslag MRB van € 29. Te meer daar in geval van opzettelijk of grofschuldig te laat betalen ter zake van dat feit op grond van art. 67f AWR een maximale (vergrijp)boete van € 29 (100% van de verschuldigde belasting) had kunnen worden opgelegd. Omdat de inspecteur wel aangaf dat in voorgaande jaren de belastingplichtige regelmatig in verzuim was geweest, verminderde het hof de boete tot € 60. Naar de staatssecretaris aangeeft is deze uitspraak nadien gevolgd door andere rechters, oa. Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 12 juli 2016 en Hof Arnhem-Leeuwarden (locatie Leeuwarden) op 3 augustus 2016. In die laatste uitspraak werd de boete van € 147 weliswaar in stand gelaten – wegens het niet tijdig betalen van een bedrag van € 61 ­– daar het eerdere betaalverzuim waarvoor een verzuimmededeling was gedaan een bedrag van € 295 betrof. Hierdoor was in dit geval geen wanverhouding aanwezig tussen de ernst van het beboetbare gedrag en de hoogte van de verzuimboete.

Tegen de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 7 juni 2016 had de staatssecretaris aanvankelijk cassatie ingesteld, maar hij komt daar nu op terug. Bij nadere bestudering wordt van het instellen van beroep in cassatie geen succes verwacht. Ook zijn de oordelen aanleiding voor de staatssecretaris om het boetebeleid te herzien. Met zijn toelichting op het intrekken van cassatie publiceerde de staatssecretaris een conceptbesluit voor aanpassing van het BBBB. De boete voor een betaalverzuim wordt verlaagd naar 1% van het wettelijk maximum van art. 67c AWR. Dit besluit zal terugwerken tot en met 1 september 2016 en heeft mede betrekking op reeds opgelegde boeten die op die datum nog niet onherroepelijk vaststonden.

 

Bron: MvF 1-09-2016, nr. DGB 2016-3552; MvF 1-09-2016, Conceptbesluit Wijziging betaalverzuimboete Motorrijtuigenbelasting; Hof Arnhem-Leeuwarden 7-06-2016, 15/01267 (ECLI:NL:GHARL:2016:4544); Hof Arnhem-Leeuwarden 3-08-2016, nr. 15/01474 (ECLI:NL:GHARL:2016:6244); Rb. Zeeland-West-Brabant 12-07-2016, nr. BRE 15/07637 (niet gepubl.)