Verreken alleen onvoorwaardelijk verschuldigde vergoeding met bijtelling privégebruik auto

Verrekent u, dga, de eigen bijdrage voor het privégebruik van een door uw bv ter beschikking gestelde auto in rekening courant met de bijtelling? Op zich geen probleem, mits de vergoeding

In het betreffende loontijdvak onvoorwaardelijk verschuldigd is geworden.

Een vennootschap stelt aan haar dga een auto ter beschikking. De bijtelling blijft achterwege en in aanvulling op de arbeidsovereenkomst neemt men op dat voor zover om welke reden dan ook ter zake van de ter beschikking gestelde auto een bijtelling wegens privégebruik zou moeten plaatsvinden, eenzelfde bedrag wordt aangemerkt als een verschuldigde vergoeding voor het privégebruik. Per saldo vindt er dus geen bijtelling plaats. Een en ander wordt in rekening courant aan het einde van een boekjaar verrekend.

Omdat een sluitende rittenadministratie ontbreekt, legt de inspecteur over de jaren 2006 en 2007 naheffingsaanslagen op. Nadat het bezwaar tegen deze aanslagen in 2009 is afgewezen, wordt in rekening courant een bedrag gelijk aan de bijtelling in rekening gebracht. De zaak belandt bij de Hoge Raad, waar het geschil zich toespits op de vraag of het in 2009 verrekende bedrag als eigen bijdrage voor het privégebruik in mindering kan worden gebracht op de bijtelling over 2006 en 2007.

De Hoge Raad oordeelt dat voor verrekening van een vergoeding met de bijtelling niet vereist is dat de vergoeding ook in het desbetreffende aangiftetijdvak, loontijdvak of boekjaar is betaald of verrekend. Wél moet de inhoudingsplichtige de belasting inhouden op het tijdstip waarop het loon wordt genoten en die belasting binnen een maand na afloop van dat tijdvak op aangifte afdragen. In dat licht oordeelt de Hoge Raad dat slechts rekening kan worden gehouden met vergoedingen voor privégebruik voor zover deze reeds in het desbetreffende tijdvak onvoorwaardelijk verschuldigd zijn geworden. Dat is niet het geval met het in 2009 in rekening courant verwerkte bedrag. Niet omdat de verrekening niet in het loontijdvak of in het boekjaar heeft plaatsgevonden, maar omdat deze vergoeding voor privégebruik in het desbetreffende tijdvak nog niet onvoorwaardelijk verschuldigd was.

 

Bron: HR 9-01-2015, 13/05872 (ECLI:NL:HR:2015:31)