Verwachte AOW-leeftijd 69,5 jaar in 2040

Volgens de huidige prognose van CBS zal de AOW-leeftijd de komende decennia blijven stijgen. Als de wetgeving niet verandert zal, uitgaande van de huidige prognose, de AOW-leeftijd in 2040 op 69 jaar en zes maanden liggen.

Op basis van de huidige stand van de volksgezondheid en de medische technologie hebben 65-jarigen gemiddeld nog 19,8 jaar te leven. Deze levensverwachting is in 2016 ruim vijf jaar hoger dan in 1956, het jaar waarin de Algemene Ouderdomswet (AOW) werd aangenomen. Verwacht wordt dat de levensverwachting van 65-jarigen in 2040 rond de 22,8 jaar zal liggen. De AOW-leeftijd zal op basis van de huidige prognoses in 2022-2040 waarschijnlijk om het jaar met drie maanden worden verhoogd, volgens de in de AOW opgenomen formule (art. 7a AOW). In 2060 zou de AOW-leeftijd van 71,5 jaar bereikt kunnen worden. Doordat de AOW-leeftijd die in 2060 geldt op basis van de huidige wetgeving pas in 2054 wordt vastgesteld, kan dit ook enkele jaren hoger of lager zijn, afhankelijk van de ontwikkelingen tussen nu en 2054. De cijfers na 2022 zijn dus met onzekerheden omgeven.

Door de verhoging van de AOW-leeftijd, is de verwachting dat het aantal personen in de werkzame leeftijd vanaf 20 jaar tot de AOW-leeftijd in 2040 gelijk is aan 10,3 miljoen. Dat zijn 890.000 personen meer dan wanneer de AOW-leeftijd 65 jaar zou zijn gebleven. Het aantal personen in de AOW-gerechtigde leeftijd neemt tussen nu en 2040 minder sterk toe als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd. In 2040 worden 3,9 miljoen personen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, verwacht. De verhouding AOW-gerechtigde inwoners ten opzichte van de bevolking in de werkzame leeftijd in 2040 komt uit op 1 op 2,6. Bij een AOW-leeftijd van 65 jaar zou dit 1 op 2,0 zijn.

Bron: CBS 16-12-2016, Kernprognose 2016-2060