Voordelig inkeren tot 2010

Volgens Rechtbank Gelderland kan aan een inkeerder geen zwaardere straf worden opgelegd dan die die ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was. Voor een belastingplichtige die in 2014 een beroep doet op de inkeerregeling betekende dit volgens de rechtbank dat zij over de jaren tot 2010 geen boete hoefde te betalen. 

Op 30 december 2014 besluit een vrouw, met een beroep op de inkeerregeling, alsnog aangifte te doen voor door haar tussen 2001 en 2013 aangehouden bankrekeningen bij een Zwitserse bank. Uiteindelijk wordt met de inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten waardoor alle correcties zullen worden opgenomen in een navorderingsaanslag over 2013. Daarbij wordt een vergrijpboete van € 19.639 opgelegd over de jaren 2001 tot en met 2011.

Met de boete is de vrouw het niet eens. Zij stelt dat zij op basis van de tekst van art. 67n AWR voor 2 juli 2009 geen vergrijpboete verschuldigd was bij inkeren. Na die datum is die tekst gewijzigd en wordt er een boete opgelegd opgelegd als na meer dan twee jaar is ingekeerd. Zij beroept zich ook op mensenrechtenverdragen waarin is aangegeven dat geen zwaardere straf mag worden opgelegd dan die, die ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was. Het legaliteitsbeginsel brengt mee dat een gunstiger strafbepaling met onmiddellijke ingang wordt toegepast indien dit in het voordeel van de verdachte is, maar ook dat geen zwaardere straf wordt opgelegd dan ten tijde van het plegen van strafbare feit van toepassing was. De rechtbank is het met de inkeerster eens en oordeelt zij voor de aangiften die voor 1 januari 2010 zijn ingediend (over de jaren 2001 tot en met 2008) de vrouw een beroep kan doen op de oude inkeerregeling. De boete wordt met € 14.458 verminderd. 

Bron: Rb. Gelderland 14-07-2017, nr. AWB – 16 _ 1332 (ECLI:NL:RBGEL:2017:3675)