Wat maakt een lening (on)zakelijk?

In een recent arrest heeft de Hoge Raad nog eens aangegeven wat een lening (van een bv aan de dga in dit geval) zakelijk of onzakelijk maakt. Niet het doel van de lening is van belang, maar of een onafhankelijke derde een zelfde debiteurenrisico zou willen lopen.

Een bv had in haar aangifte Vpb een verlies meegenomen op geldleningen aan een andere vennootschap, een fitness- en welnesscentrum, waarin de bv een middellijk belang had. De inspecteur accepteerde de afboeking van de leningen niet. Hof Amsterdam oordeelt in haar uitspraak van 26 september 2013 dat er sprake is van een winstuitdeling. Volgens het hof was er tussen de dga van de bv en het fitness- en welnesscentrum een dusdanige band dat de geldverstrekkingen waren gedaan ter bevrediging van zijn persoonlijke behoeften en dat de dga de geldleningen als een winstuitdeling had onttrokken aan de vennootschap. De zaak wordt vervolgens voorgelegd aan de Hoge Raad en die is het met dit oordeel van het hof niet eens. Onder verwijzing naar eerdere arresten stelt de Hoge Raad dat bij de vraag of een lening onzakelijk is, niet het doel van de lening van belang is, maar of de leningen zijn verstrekt onder dusdanige voorwaarden en omstandigheden  dat de bv een debiteurenrisico loopt dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Of daarvan in dit geval ook sprake is, mag Hof Den Haag uitzoeken.

 

Bron: HR 20-03-2015, 13/05470 (ECLI:NL:HR:2015:645)