Wie is uw opvolger?

Ruim een half jaar na een aandelenoverdracht failleert een bv. Er zijn aanzienlijke schulden. De curator spreekt zowel de oude als de nieuwe bestuurder aan. De rechtbank veroordeelde enkel de nieuwe bestuurder, maar bij Hof Den Bosch ontspringt ook de voormalig bestuurder niet de dans: hem wordt aangerekend dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar zijn opvolger.

In september 2009 draagt een dga alle aandelen in zijn bv over aan een opvolger tegen betaling van € 1. Tegelijkertijd neemt hij ontslag als bestuurder. In mei 2010 wordt de vennootschap failliet verklaard. Na het vertrek van de voormalige bestuurder is namens de bv voor ruim € 140.000 aan goederen en diensten afgenomen, zonder deze te betalen. In mei 2010 is de opvolger door de politie verhoord als verdachte van oplichting en flessentrekkerij.

De opvolgend bestuurder kan de curator geen (deugdelijke) administratie van de vennootschap overleggen. De curator spreekt hem daarop aan voor de schulden van de bv. Maar ook de voormalige bestuurder wordt aangesproken. Volgens de curator heeft hij namelijk onrechtmatig gehandeld jegens de crediteuren door zijn aandelen aan zijn opvolger te verkopen en het bestuur aan hem over te dragen, nu hij wist althans behoorde te weten dat zijn opvolger de vennootschap zou gaan misbruiken en dat daardoor de belangen van (de crediteuren van) de vennootschap zouden worden geschaad.

De rechtbank veroordeelt de opvolgend bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar wijst de vordering tegen voormalig bestuurder af. De curator gaat daartegen in hoger beroep. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat het kennelijk onbehoorlijk bestuur door de opvolger een belangrijke oorzaak was van het faillissement. Wat betreft de voormalige bestuurder oordeelt het hof dat van hem als bestuurder mocht worden verwacht dat hij, onder meer met het oog op de belangen van de crediteuren van de vennootschap, tenminste enig onderzoek zou doen naar de hoedanigheden, zakelijke achtergrond, financiële gegoedheid en persoonlijke integriteit van de persoon aan wie hij het bestuur en de aandelen van de vennootschap wilde overdragen. De voormalig bestuurder heeft volgens het hof onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij zich daadwerkelijk moeite heeft getroost om voldoende onderzoek te verrichten naar referenties, achtergronden en/of de motieven van zijn opvolger. De voormalige bestuurder voert aan dat het de bedoeling was dat zijn opvolger het bedrijf ‘going concern’ zou overnemen teneinde hem een vliegende start te bezorgen. Volgens het hof is echter niet gesteld noch gebleken dat er in de acht maanden na de overname enige aanzet is gegeven tot een vliegende start. Ook is niet aannemelijk geworden dat de vennootschap zodanige goodwill (of andere activa) bezat dat het voor de opvolgend bestuurder aantrekkelijk was om deze met de aanwezige schulden over te nemen. Gelet hierop had van hem des te meer mogen worden verwacht dat hij onderzoek zou verrichten naar de motieven van zijn opvolger. De gewezen bestuurder is dan ook aansprakelijk voor het gehele boedeltekort. Het hof ziet wel aanleiding om de aansprakelijk te matigen tot 50%, nu de schuldenlast met name in de periode na zijn vertrek aanzienlijk is toegenomen en het ontbreken van een administratie met name de opvolger moet worden toegerekend.

 

Bron: Hof Den Bosch 26-07-2016, 200.145.169/01 (ECLI:NL:GHSHE:2016:3235)