WKR: kleine aanpassingen mogelijk

In een kabinetsreactie op de evaluatie van de werkkostenregeling geeft staatssecretaris Snel van Financiën aan kleine aanpassingen op de werkkostenregeling te overwegen. Wel geeft hij aan dat werkgevers vooral gebaat zijn bij rust rond de werkkostenregeling.

 

In opdracht van het ministerie van Financiën heeft Panteia de werkkostenregeling geëvalueerd. Directe aanleiding voor de evaluatie was de invoering van het noodzakelijkheidscriterium in het Belastingplan 2015. Bij de behandeling van het Belastingplan 2015 is destijds toegezegd die evaluatie niet te beperken tot het noodzakelijkheidscriterium. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de evaluatie na drie jaar zou plaats vinden maar bij de behandeling van het Belastingplan 2017 is een motie aangenomen waarin de regering wordt opgeroepen de evaluatie met een jaar te vervroegen.

 

Uit het Panteia-onderzoek komt naar voren dat de met de WKR beoogde administratieve lastenverlichting niet is gerealiseerd. Zowel werkgevers, intermediairs en Belastingdienst geven aan dat er geen sprake is geweest van een lastenverlichting ten opzicht van de oude regeling. En waar er wel sprake is geweest van een verandering, betreft het eerder een verzwaring. Een kanttekening is wel dat met name kleine werkgevers (tot vijf werknemers) nauwelijks of geen lastenverzwaring hebben ondervonden, daar bij hen veelal zowel de salarisadministratie als de financiële administratie is uitbesteed. Een en ander speelde dus buiten hun blikveld af.

 

Invoering van WKR heeft wel tot hernieuwde bewustwording geleid bij werkgevers over verstrekkingen die zij doen aan hun werknemers. 14% van de werkgevers heeft veranderingen doorgevoerd in de vergoedingen en verstrekkingen. Bij de bedrijven met 250 werknemers en meer is dat de helft. Veelal betrof dit een inperking van of een verschuiving in de vergoedingen en verstrekkingen. Slechts bij een kleine minderheid heeft de WKR geleid tot meer vergoedingen en verstrekkingen.

 

De complexiteit van de nieuwe regeling wordt door intermediairs en medewerkers van de Belastingdienst als een knelpunt genoemd. Volgens intermediairs was de WKR in essentie een goed idee, maar door de vele aanpassingen en nuances is het weer complexer geworden. Ook de vele begrippen in de WKR maken het lastig. Onder de oude regeling was iets belast of onbelast, nu heeft men te maken met gerichte vrijstellingen, noodzakelijkheidscriterium, nihil waarderingen, vrije ruimte en eindheffing.
 
In een reactie geeft het kabinet aan weinig te zien in aanpassingen als uitbreiding van gerichte vrijstellingen. Dergelijke aanpassingen zullen de regeling complexer maken en vanwege de gewenste budgettaire neutraliteit ook leiden tot een verlaging van de forfaitaire ruimte. Op enkele concrete punten overweegt het kabinet wel oplossingen. Dit betreft onder meer de volgende zaken:

 

  •          niet meer aanwijzen van vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling geldt. Het aanwijzen wordt veelal gezien als een                 onnodige administratieve last;
  •          vaststellen loonvoordeel uit maaltijden door middel van een steekproef;
  •          herinvoering normrente voor personeelsleningen;
  •          meer duidelijkheid in het Handboek Loonheffingen over eigen bijdragen van werknemers in relatie tot het noodzakelijkheidscriterium.
 
De staatssecretaris wil met het bedrijfsleven in overleg treden om na te gaan voor welke aanpassingen draagvlak bestaat.
 
Bron: MvF 23-03-2018, 2018-0000033393; Evaluatie Werkkostenregeling