WOZ-waarde toegestaan als heffingsmaatstaf

Een ondernemer gaat in bezwaar tegen een aanslag reclamebelasting. Zijn bezwaar richt zich tegen het feit dat voor die aanslag de WOZ-waarde van het winkelpand als uitgangspunt is genomen.

De ondernemer is gebruiker van een winkelpand. Aan het winkelpand is een openbare aankondiging aangebracht ter zake waarvan een aanslag reclamebelasting is opgelegd. De hoogte van het tarief is mede gebaseerd op de hoogte van de WOZ-waarde van het winkelpand. De ondernemer stelt dat deze heffing onverbindend is, omdat de heffingsmaatstaf hiermee afhankelijk is gesteld van het vermogen, hetgeen niet is toegestaan. De rechtbank stelt hem in het ongelijk. Uit de parlementaire geschiedenis leidt de rechtbank af dat gemeenten de waarde van de onroerende zaak als heffingsmaatstaf voor gemeentelijke belastingen kunnen hanteren. Omdat de Hoge Raad reeds heeft geoordeeld dat de WOZ-waarde een geoorloofde heffingsmaatstaf is voor de heffing van rioolrecht, is de rechtbank van oordeel dat dat zeker geldt voor een algemene belasting zoals reclamebelasting.

Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 23-02-2017, nr. BRE 16/8333 (ECLI:NL:RBZWB:2017:1432)