Zonder nieuw feit kan inspecteur niet terugkomen op eerder standpunt

Als de inspecteur in de bezwaarfase weloverwogen accepteert dat het te laat indienen van een bezwaarschrift niet aan de belastingplichtige is te wijten, dan kan hij volgens Hof Arnhem-Leeuwarden, zonder nieuwe feiten, daar in de beroepsfase niet op terugkomen.

Aan een belastingplichtige is op 20 april 2012 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2009 en een vergrijpboete opgelegd. De aanslag had betrekking op volgens de inspecteur verzwegen buitenlandse bankrekeningen.

In een met dagtekening 19 juni 2012 wordt de belastingplichtige gemaand de aanslag te betalen, waarna de belastingplichtig op 20 juni 2012, ruim na de bezwaartermijn van zes weken, bezwaar maakt tegen de met dagtekening 20 april 2012 opgelegde aanslag en vergrijpboete. Hij stelt het aanslagbiljet nooit te hebben ontvangen en pas door de aanmaning op de hoogte te zijn gesteld van de aanslag. De inspecteur deelt in de uitspraak op bezwaar mee dat het bezwaarschrift tijdig is ontvangen, maar verklaart het bezwaar ongegrond. In beroep bij de rechtbank stelt de inspecteur zich alsnog op het standpunt dat het bezwaar niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank is het hiermee eens, maar in hoger beroep komt het hof tot een ander oordeel. Volgens het hof was de kwestie van de tijdigheid van het bezwaarschrift in de bezwaarfase in een hoorgesprek besproken. Toen heeft de inspecteur, naar het hof aanneemt, na een zorgvuldige heroverweging het standpunt van de belastingplichtige over de tijdigheid aanvaard.  Zonder aanvoering van nieuwe feiten, waar volgens het hof geen sprake van is, kan de Inspecteur dan niet terugkomen op zijn eerder – weloverwogen – ingenomen standpunt in de bezwaarfase.

 

Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden, 20-01-2015, 13/01161 (ECLI:NL:GHARL:2015:397)