Buitenlandse banktegoeden niet aannemelijk gemaakt

In een al sinds 2002 lopende KB-Lux-zaak komt Hof Den Bosch tot het oordeel dat er geen sprake kon zijn van omkering van de bewijslast. Ook waren de door de inspecteur opgelegde correcties te hoog. Onvoldoende was aangetoond dat de belastingplichtige destijds beschikte over een rekening met een aanzienlijk saldo.

 

De fiscus heeft in deze zaak in 2002 aan een belastingplichtige, een rekeninghouder bij KB-Lux, navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting en boeten opgelegd voor een aantal jaren. De man overlijdt in 2006 waarna de erven opgezadeld zijn met de zaak. Op 18 juli 2011 deed de Belastingdienst in hun bezwaarprocedures uitspraak op bezwaar, waarna de erven in beroep gaan.
Na verwijzing op 17 juni 2016 door de Hoge Raad moest het verwijzingshof onderzoeken of voor de erven de verzwaarde bewijslast gold. De erven stellen dat er geen sprake kan zijn van omkering van de bewijslast en daarnaast zijn zij van mening dat de door de inspecteur opgelegde correcties te hoog zijn.
Aangezien de uitspraken op bezwaar waren gedaan na 1 juli 2011 en vaststaat dat geen informatiebeschikking was genomen door de inspecteur, kan de bewijslast alleen dan worden omgekeerd als de vereiste aangiften niet zijn gedaan. Daarvan is slechts sprake als de inspecteur aannemelijk kan maken dat sprake is van één of meer gebreken die ertoe leiden dat de volgens aangifte verschuldigde belasting aanzienlijk lager is dan de werkelijk verschuldigde belasting. Vast staat dat erflater over een buitenlandse bankrekening beschikte. Echter, ook al zou erflater nog ten minste één andere buitenlandse bankrekening hebben, dat zegt nog niets over het vermogen dat op deze andere rekening zou staan. De inspecteur heeft de omvang van die buitenlandse spaarrekening niet aannemelijk gemaakt. De Belastingdienst heeft slechts aannemelijk kunnen maken dat de erflater een buitenlandse bankrekening had met een saldo van 308,84 dollar. Daarmee heeft de inspecteur niet aangetoond dat een aanzienlijk bedrag aan belasting niet was geheven. Het hof oordeelde dat er geen omkering en verzwaring van de bewijslast gold en dat de Belastingdienst alle navorderingsaanslagen moest vernietigen.
 
Bron: Hof Den Bosch 21-12-2017 (publ. 30-01-2018), 16/03461 t/m 16/03481 en 17/00822  (ECLI:NL:GHSHE:2017:5850)