Eindelijk …. Het wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid

7 juni 2018

Achtergrond

De Hoge Raad heeft op 8 juli 2016 prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ EU over de verenigbaarheid met de vrijheid van vestiging van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime voor de vennootschapsbelasting. De kernvraag was: ‘Kunnen belastingplichtigen, ondanks dat zij op grond van de Wet Vpb 1969 geen fiscale eenheid kunnen aangaan met hun buitenlandse dochters, gezien Europees recht wel in aanmerking komen voor de voordelen van afzonderlijke elementen van het Nederlandse fiscale-eenheidsregime?’. Op 25 oktober 2017 concludeerde de A-G van het HvJ EU dat de Nederlandse wetgeving op het vlak van de fiscale eenheid in strijd is met het EU-recht, in het bijzonder in combinatie met de renteaftrekbeperking van artikel 10a Wet Vpb 1969. Op 22 februari 2018 heeft het HvJ EU bevestigd dat op dit punt de Nederlandse wetgeving in strijd is met het EU-recht en dat voor deze strijdigheid geen voldoende rechtvaardiging is.

 

Inhoud spoedmaatregelen

Naar aanleiding van de conclusie van de A-G heeft de toenmalige staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes – bij persbericht – op 25 oktober 2017 al enkele spoedreparatiemaatregelen aangekondigd in de vennootschaps- en dividendbelasting. Hij verwachtte namelijk dat acceptatie van de per-elementbenadering door het HvJ EU tot gevolg zou hebben dat uitholling van de Nederlandse grondslag door internationaal opererende bedrijven wordt vergemakkelijkt. Om de (geschatte) budgettaire derving van enkele honderden miljoenen euro’s per jaar te voorkomen, wordt de wetgeving zodanig aangepast dat de meest kwetsbare elementen van de fiscale eenheid niet langer zullen leiden tot een gunstiger behandeling in een binnenlandse situatie ten opzichte van een grensoverschrijdende situatie.

 

Inhoud wetsvoorstel

Op 6 juni 2018 heeft staatssecretaris van Financiën het wetsvoorstel ‘Wet  spoedreparatie fiscale eenheid’ gepubliceerd. Deze reparatiewetgeving is in lijn met wat eerder werd aangekondigd. De spoedmaatregelen hebben namelijk tot gevolg dat het fiscale-eenheidsregime voor binnenlandse verhoudingen ‘strenger’ wordt.
 
De spoedreparatie houdt in dat diverse regelingen in de vennootschapsbelasting moeten worden toegepast alsof er geen fiscale eenheid is. Het gaat om de volgende bepalingen:
  • de renteaftrekbeperking ter voorkoming van winstdrainage (artikel 10a Wet Vpb 1969)
  • de deelnemingsvrijstelling (artikel 13, negende tot en met vijftiende lid, en het zeventiende lid Wet Vpb 1969)
  • herwaardering van ≥ 25%-belangen in bepaalde beleggingsdeelnemingen (artikel 13a Wet Vpb 1969)
  • de renteaftrekbeperking bovenmatige deelnemingen (artikel 13l Wet Vpb 1969), en
  • de verliesverrekening bij wijziging van het belang (artikel 20a Wet Vpb 1969).  
met inachtneming van alle regelingen die daarmee verband houden.
 
Door de spoedreparatie is het bijvoorbeeld mogelijk dat bij leningen binnen de fiscale eenheid de rentebate wel belast is terwijl de corresponderende rentelast niet aftrekbaar is. 
 
Ook vindt er – zoals aangekondigd – een aanpassing plaats in de Wet op de dividendbelasting 1965. De  afdrachtvermindering voor dooruitdelingen (artikel 11 Wet op de dividendbelasting 1965) wordt namelijk geschrapt in situaties dat een gevoegde dochtermaatschappij een dividend ontvangt waarop een kwalificerende buitenlandse bronbelasting drukt. Dit kan betekenen dat herstructureringen noodzakelijk zijn, om van de faciliteit gebruik te kunnen blijven maken.
 

MKB-tegemoetkoming

Met de gekozen spoedreparatiemaatregelen zal in beginsel elke bestaande fiscale eenheid moeten nagaan of de spoedreparatiemaatregelen gevolgen hebben. Op langere termijn is het vaak mogelijk de effecten van spoedreparatiemaatregelen te beperken of te voorkomen. Dit kan in bepaalde situaties door middel van een juridische fusie of door het anders inrichten van de (interne) concernfinanciering. Omdat aan het voorkomen van de gevolgen van de reparatiewetgeving administratieve lasten zijn verbonden en het niet mogelijk is om onmiddellijk na 25 oktober 2017, 11.00 uur, deze wijzigingen door te voeren is voorzien in een tijdelijke tegemoetkoming. Belastingplichtigen, met name in het MKB, krijgen op deze manier de gelegenheid om binnen de overgangsperiode bepaalde gevolgen van de spoedreparatiemaatregelen – indien van toepassing – te voorkomen.  
 
De overgangsregeling houdt het volgende in. De spoedreparatiemaatregel ten aanzien van de renteaftrekbeperking ter voorkoming van winstdrainage (artikel 10a Wet Vpb 1969) vindt tot en met 31 december 2018 geen toepassing, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Deze luiden als volgt:
  • het gaat om een reeds op 25 oktober 2017, 11.00 uur, bestaande schuld/schulden (die rechtens dan wel in feite direct of indirect verschuldigd is/zijn aan een verbonden lichaam of verbonden natuurlijk persoon)
  • die schuld/schulden houdt/houden (rechtens dan wel in feite direct of indirect) verband met één van de in artikel 10a, eerste lid, Wet Vpb 1969 bedoelde rechtshandelingen, die vóór 25 oktober 2017, 11.00 uur, is verricht, en
  • het bedrag van de renten op die schuld/schulden tezamen zonder toepassing (van de tegenbewijsregeling) van artikel 10a, derde lid, Wet Vpb 1969 gaat per twaalf maanden € 100.000 per fiscale eenheid niet te boven.
N.B. De tegemoetkoming is een alles-of-nietsmaatregel. Indien de in de overgangsmaatregel bedoelde renten op al die schulden tezamen het totaal van € 100.000 (per twaalf maanden) overschrijden, vindt de renteaftrekbeperking toepassing op het gehele bedrag aan 10a-renten. Ook de eerste € 100.000 aan renten wordt dan geraakt.
 
Om ongewenst gebruik van deze overgangsregeling tegen te gaan geldt nog wel het volgende. De overgangsmaatregel vindt geen toepassing, indien de inspecteur aannemelijk maakt dat aan de schuld of aan de daarmee verband houdende rechtshandeling niet in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag liggen. Hiermee boet de administratieve vereenvoudiging wel in aan belang. Het voldoen aan de toepassingsvoorwaarden biedt namelijk geen garantie dat succesvol een beroep kan worden gedaan op de overgangsmaatregel. Onze verwachting is echter dat de inspecteur de tegenbewijsregeling alleen zal inzetten bij excessen. Wellicht wordt dit nog nader ingevuld tijdens de parlementaire behandeling van de maatregel.
 

Inwerkingtreding; terugwerkende kracht!

Al bij de aankondiging van de spoedmaatregelen bij persbericht is aangegeven dat deze zouden ingaan met terugwerkende kracht per 25 oktober 2017, 11.00 uur. Dit wordt nu ook wettelijk zo bepaald. Ook de overgangsregeling gaat per die datum in. Voor wat betreft de terugwerkende kracht geldt er één uitzondering. Ten aanzien van het binnen fiscale eenheid toepassen van artikel 13a Wet Vpb 1969 alsof er geen fiscale eenheid is geldt een ingangsdatum van 1 januari 2019. Dit komt voort uit het feit dat de staatssecretaris deze bepaling nog niet genoemd had in zijn opsomming op 25 oktober 2017.
 

Toekomst van de fiscale eenheid en hoe nu verder

In de toelichting geeft de staatssecretaris aan dat de spoedreparatiemaatregelen op dit moment de meeste acute budgettaire problemen voorkomen. De maatregelen zien op de meest kwetsbare elementen van de fiscale-eenheidsregeling. Daarmee is het Europeesrechtelijk risico voor de overige elementen niet volledig weggenomen. Daarom geeft de staatssecretaris aan dat de spoedreparatiemaatregelen binnen afzienbare termijn moeten worden opgevolgd door een concernregeling die – uitvoeringstechnisch en juridisch – toekomstbestendig is. Wat moet worden verstaan onder binnen afzienbare termijn wordt niet aangegeven, maar zou best eens een tot twee jaar kunnen betekenen. Een integrale herziening of heroverweging van het regime van de fiscale eenheid zal waarschijnlijk een zeer grote impact hebben op bestaande situaties en vraagt tegen die tijd zeker de nodige aandacht.
 
Tot die tijd moet op korte termijn in kaart worden gebracht wat de effecten zijn van de invoering de voorgestelde reparatiewetgeving en hoe de nadelige effecten kunnen worden beperkt. Uw adviseur kan u daarbij helpen. Nadelige effecten kunnen in bijzonder optreden bij Nederlandse moedermaatschappijen met Nederlandse dochtermaatschappijen die tot 25 oktober 2017 ruimer gebruik konden maken van de voordelen van de fiscale eenheid. De impact van de huidige spoedreparatie moet individueel per belastingplichtige worden beoordeeld en is maatwerk. Dit leidt daarom veelal tot een stijging van de administratieve lasten. Tegelijk is het onze verwachting dat voor een aanzienlijke groep MKB-ondernemingen de spoedreparatie niet zal leiden tot een hogere belastingdruk.
Auteur: Jeroen van Strien