Gefactureerde uren zijn geen gewerkte uren

Een schoonmaakbedrijf factureerde meer uren aan haar klanten, dan zij verloonde. De inspecteur concludeert dat dus te weinig loonheffing is afgedragen. Volgens Rechtbank Noord-Holland is die conclusie iets te simpel.

 

Na een boekenonderzoek heeft de inspecteur aan een schoonmaakbedrijf naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd. Wat betreft de onderbouwing van de naheffingsaanslag stelt de inspecteur dat de uren vermeld op de facturen van het schoonmaakbedrijf aan haar klanten niet overeenkomen met de uren die volgens de administratie zijn verloond.

 

Het schoonmaakbedrijf betwist dat verschil in uren niet, maar wel de conclusie van de inspecteur: aan de klanten werden gewoon meer uren berekend dan er daadwerkelijk werd gewerkt, dat waren ‘winsturen’ voor het bedrijf. Volgens de rechtbank is door de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat de uren op de facturen op één lijn moeten worden gesteld met de aantallen gewerkte uren.

 

De inspecteur voert ook aan dat de administratie van het bedrijf niet deugde. Aan de hand van de urenadministratie kan niet worden bepaald of alle uren zijn verloond en door het ontbreken van een goede kasadministratie kan ook niet worden vastgesteld of en welke uren zijn uitbetaald. Wat dit betreft oordeelt de rechtbank dat de inspecteur eigenlijk stelt dat het schoonmaakbedrijf niet aan zijn administratieplicht heeft voldaan (art. 52 AWR). Die stelling hoort thuis in een procedure over een informatiebeschikking.  En anders dan de inspecteur betoogt, leidt het nog niet tot de conclusie dat te weinig loon is aangegeven.

 

De rechtbank komt tot de slotsom dat niet aannemelijk is gemaakt dat terecht is nageheven. En omdat de zaak zich al erg lang voortsleept (tussen bezwaarschrift en rechtbankuitspraak zitten vijf jaar en vier dagen), krijgt het schoonmaakbedrijf ook nog een immateriële schadevergoeding van € 3.500.
 
Bron: Rb. Noord-Holland 20-01-2018 (publ. 13-02-2018), 14/1119 (ECLI:NL:RBNHO:2018:942)